Een consistente sfeer neerzetten op een album is een kunst. Teletextile, de New Yorkse band rond zangers en liedjesschrijfster Pamela Martinez, krijgt dit op Glass zonder meer voor elkaar. Echter, na een paar keer luisteren bekruipt je het gevoel dat je toch iets mist.

Glass staat vol mooie, soundscape-achtige songs. Martinez steekt haar voorliefde voor Björk en Tori Amos niet onder stoelen of banken en citeert haast – met prachtige stem – uit melodielijnen en fraseringen van de twee dames.

Maar wat Amos (meestal) en Björk (nagenoeg altijd) hebben, mist Teletextile: liedjes met een duidelijke structuur, die daadwerkelijk ergens heen gaan. Martinezs liedjes lijken doelloos voort te mijmeren. Er gebeuren hier en daar spannende dingen, maar er blijft nagenoeg niets hangen, zelfs niet na een aantal intensieve luisterbeurten.

Daarmee is Glass een schoolvoorbeeld van het feit dat Radiohead- of Brian Eno-achtig experiment een hele duidelijke visie vereist. Je kunt niet zomaar met wat lagen, effecten en inherent mysterie een prachtalbum maken; daar voor is meer nodig.

Houvast

Het interessantste aan Glass is eigenlijk drummer Allan Mednard, die – met name op de eerste helft – fantastisch werk aflevert dat doet denken aan het werk van sessiedrummer Steve Gadd in zijn hoogtijdagen. Helaas krijgt hij tegen het einde van het album minder de ruimte, terwijl juist hij wat houvast creëert in de muren van geluid.

Glass is goed te pruimen voor liefhebbers van alle voorgenoemde artiesten, maar een echte diepe indruk zal het niet maken en men zal snel genoeg zich weer wenden tot de echte groten.