Menig muziekcriticus zal in zijn recensie van Breakers, het eerste volledige album van Gem Club, verwijzen naar de simpele schoonheid van edelstenen. Schoon gepolijste mineralen, verwerkt in een simpele hanger. Niet direct diamanten, maar in hun eenvoud even zo schoon.

Een vergelijking die, in alle eerlijkheid, ook geheel op gaat. De negen nummers op het debuut van het duo uit Massachusettes schitteren in eenvoud. Nauw neergelegde akkoorden op een galmende piano met al even spaarzaam aangeslagen cello op de achtergrond. Zelfs de pedalen van de piano worden meegenomen in de opnames waarin de details tellen.

De zanglijnen, veelal tweestemmig met de vrouwelijke net iets meer naar de achtergrond, komt zelden boven een fluisterzang uit. En dat alles in een geluid waar bij de ruimte waarin de opname plaats vond even goed te horen is als de instrumenten die in deze ruimte stonden.

Het tweetal hangt qua geluid in tussen dreampop en de slowcore. Dat laatste vooral door het tempo, maar ook door de treurnis die uit de liedjes spreekt. Zelfs als het tweetal "I have heard that the party is here" zingfluistert, sijpelen de tranen door de woorden.

Tergend

Breakers klinkt dan ook vooral als het gemiste feestje, de verloren liefde en het scheurende gevoel van onbegrepenheid in het tergende tempo van slowmotion. Slechts bij vlagen wordt het tempo licht verhoogd, wat dan als snel aanvoelt als een eruptie, zoals in het magnifieke Tanager.

Maar voor velen zal het tempo te tergend zijn en de plaat net te lang om voortdurend te boeien en maar te kort om het saai te gaan vinden. Echter, voor de liefhebbers van Red House Painters en Low wellicht een van de platen van het jaar, in zijn eenvoud zo schoon.