Begin dit jaar overleed trompettist Jeff Jacobs aan kanker. Iets wat niet alleen de verandering van geluid verklaard, het overgebleven drietal besloot immers geen vervanger voor hem te zoeken, maar ook het karakter van Blue Hour heeft bepaald.

Ingetogen bouwt het trio in lagen aan hypnotische stukken, waarin langzaam de leegte wordt gevuld. Daar waar de band op de voorgaande vier platen jazz en dub in de postrock verwerkte, zijn deze hier ver naar de achtergrond verdwenen.

De nadruk ligt nu op de hypnotische krautrock. Lange stukken rond repetitieve bas- en drumpartijen, waaruit leegte langzaam laag op laag aan gitaar- en toetspartijen wordt gelegd. De nummers zijn bewust kaal gehouden, extra franjes worden op alle vlakken vermeden.

Dit maakt het soms wat langdradig, maar zorgt over de brede lijn juist voor een intense spanning. Door de hele plaat is het wegvallen van de trompettist te horen, in de leegte, de ruimte en zelfs de stilte.

Ode

Blue Hour luistert dan ook het beste als een ode aan Jeff Jacobs, een last call zonder trompet. Wat niet betekent dat je deze mist, maar wel dat je de afwezigheid voelt. En juist dat is de kracht van de plaat, samen met haast wiskundige strakheid. Hier en daar waaieren de spaghettiwesterngitaren nog voorbij, maar terughoudend.

Als de hele plaat, die ingehouden en beladen door groeit. Soms echter zou je willen dat er even los wordt gelaten, dat de onderdrukte woede en de weggeperste huilbui niet op de achtergrond doorklinken en recht voor de voeten werd gelegd. Maar misschien is Blue Hour meer een plaat van de berusting dan de woede om verlies.