Altijd handig als de artiest zelf in één zin een treffende omschrijving geeft van het album zelf. Niet dat elke artiest gelijk heeft, maar als Rico in Zie Me "noem het een solodebuut, ík noem het gewoon een gruwelijke plaat met Kuub" rapt, mag je hem op zijn woord geloven.

Toen Rico in 2009 bij Kubus aanklopte, was hij de weg kwijtgeraakt na het uiteenvallen van Opgezwolle, zo geeft hij aan in een interview met FaceCulture. Daar moest een einde aankomen, en samen met Kubus begon hij een zoektocht, terug tot Ricardo McDougal.

In de thematiek komt die zoektocht dan ook in een paar nummers terug. Beginnende met opener Vrij, waarvan de titel alleen al aangeeft dat de nachtelijke sessies met Kubus het gehoopte effect hebben gehad.

Ondersteund door duistere en rake beats van Kubus gooit Rico het eruit in Repelsteeltje, De Lift en TBS. In woord, beeld en toon beknellend, vooral de spokenword Spookhuis, wat als een bad trip aanvoelt.

Symbiose

Maar niet alles is therapie. In de eenentwintig nummers komt ook woordspielerei voorbij. Zoals Zeepbubbel, waar de gehele tekst uit woordassociatie lijkt te bestaan. Wijs en muzikaal scherp, Kubus - hier ingetogen in vergelijking tot zijn rol bij BangBang - en Rico in perfecte symbiose.

Op DMT worden Rico en Kubus samen één. Te begrijpen dan ook dat wat bedoeld was als een EP uitliep tot eenentwintig tracks. Maar een E of twee minder op deze plaat had het een meesterwerk gemaakt. Nu is deze slechts gruwelijk goed.