Het einde van de jaren tachtig en begin van de jaren negentig was een gouden tijdperk voor antropomorfische tekenfilmhelden. Naast de Teenage Mutant Ninja Turtles en Biker Mice From Mars had je Thundercats. Bassist Stephen Bruner is een groot fan van deze cultserie en koos de naam Thundercat als pseudoniem.

Bruner is bekend van zijn werk als sessiemuzikant voor onder andere Erykah Badu en Snoop Dogg en als bassist van trash-metallegendes Suicidal Tendencies. Met metal heeft The Golden Age Of Apocalypse, Bruner's solodebuut, weinig van doen. Vrije fusionjazz en soulvolle pop-improvisatie is wat de klok slaat.

Bruners bas neemt het voortouw in dertien abstracte, onvoorspelbare en vaak neurotisch aandoende muziekstukken. Stukken die in de eerste instantie willekeurige improvisatie lijken, maar bij een betere beluistering opeens op een bizarre manier een logische structuur herbergen.

Naast Bruner's bas bevat het album veel synthesizers en worden drummachines afgewisseld met livedrums, voor rekening van Bruners talentvolle broer, Ronald Jr.

Atonaliteit

De improvisatie en het spel zijn van een hoog niveau en daarmee lijkt het vooral een album van en voor muzikanten en de liefhebber, maar niet geschikt als achtergrondmuziek. Echte Ornette Coleman-achtige freakjazz wordt het overigens nooit; de randen van de atonaliteit worden opgezocht, maar nooit overschreden.

Of The Golden Age Of Apocalypse het beste fusionalbum allertijden is valt te betwijfelen, maar het is wel het enige fusionalbum dat liefdevol refereert aan een jeugdherinnering van menig jongeman opgegroeid in de jaren tachtig. Thundercats, hooooooo!