Wanneer je zegt dat je naar de nieuwe plaat van Suzi Quatro gaat luisteren, kijken mensen je waarschijnlijk vreemd aan. In de jaren zeventig was het ietwat van een gevleugelde uitspraak van liefhebbers van glamrock, maar anno 2011 klinkt het onwerkelijk.

Toch is het wel degelijk de realiteit, want de rockzangeres die hits scoorde met Can The Can en Devilgate Drive is terug met elf verse liedjes. De afgelopen twintig jaar was het stil rondom Suzi Quatro. Na haar plaat Oh Suzi Q. (1990) verschenen nog wel twee albums, maar zonder nieuw werk. Tot in 2006 Back To The Drive uitkwam.

Succesvol was dat album allerminst. Vandaar dat Quatro de majors die dat album uitbrachten (EMI in Europa) inmiddels verruild heeft voor het oude punklabel Cherry Red Records, dat vooral gespecialiseerd is in heruitgaves. Haar voormalige producer Mike Chapman helpt een handje mee op In The Spotlight, al oogt hernieuwd succes onwaarschijnlijk.

Dat terwijl In The Spotlight beslist geen beroerd album is. Er staan zelfs enkele hele geslaagde liedjes op, waar de gemiddelde hippe rockband een moord voor zou doen. Bijvoorbeeld Rosie Rose en Hot Kiss. Ook Quatro’s cover van de Goldfrapp-hit Strict Machine lijkt haar op het lijf geschreven en had zomaar mid-jaren zeventig gemaakt kunnen zijn.

Gehavend

Haar versie van Rihanna’s Breaking Dishes pakt minder goed uit. Rockballads Whatever Love Is en Turn Into, alsmede het symfonische reggaepopnummer Hurt With You, doen erg gedateerd aan. Quatro’s toch wel gehavende stem voegt een interessante dimensie toe aan de liedjes, omdat het niet gekunsteld, gemaakt of opgepoetst is.

De zangeres eert Elvis Presley middels slotnummer Singing With Angels. Hoewel Presley een eerbetoon met minder flauwe clichés had verdiend, is de samenwerking met zijn gitarist James Burton en zijn vroegere zanggroep The Jordanaires op zijn minst interessant. En dat geldt eigenlijk voor het hele album. Fijn dat ze terug is.