Ambachtelijke pop met rijkelijk gevulde arrangementen en poëtische teksten. Je komt het niet zo vaak meer tegen, maar Butcher Boy waagt zich er met Helping Hands voor de derde keer aan.

Butcher Boy ontstond eind jaren negentig rond John Blain Hunt, die samen met vrienden zijn gedichten op muziek ging zetten. De vrienden vertrokken, maar het idee was geboren en in 2005 werd Butcher Boy in de huidige vorm opgericht.

Een zevenkoppig ensemble dat met gespannen ingetogenheid grootse gebaren maakt. Zwaar georkestreerde pop die net als Belle and Sebastian de wortels in Glasgow heeft. En dat is niet de enige overeenkomst. Zowel qua stem als qua instrumentarium en de verhalende teksten van John Blain Hunt is de vergelijking al snel gemaakt.

Dezelfde upbeat popliedjes met een knipoog naar de Schotse folk, met een voortdurende zonnestraal in de tonen maar in de teksten regelmatig grijs omrande wolken. Mooi en verfijnd, tot in de details uitgewerkt en productionele een genot om naar te luisteren. Met name hoe al deze kleine details in alle helderheid hoorbaar zijn.

Langdradig

Maar ook erg in de schaduw van de stadsgenoten en op den duur langdradig. En dat juist mede door de rijke orkestratie. Hier en daar zijn de handen op Helping Hands te vol, waardoor de liedjes in de arrangementen verzuipen.

Dit terwijl Butcher Boy op deze plaat meerdere male bewijst het ook met minder te kunnen. Zoals in het titelnummer zelf, en laten dit nu net het hoogtepunt van de plaat zijn, die op andere momenten de weg kwijt raakt in de orkestbak.