Het Engels-Amerikaanse shoegazegezelschap Big Deal bestaat enkel uit twee gitaristen. De heer speelt akoestisch, de dame elektrisch en beiden zingen. Lukt het ze om met deze beperkte middelen de gehele veertig minuten speelduur van hun debuutalbum interessant te houden?

Verbazingwekkend genoeg wel, maar niet zonder een klein beetje vals te spelen. Live doen ze het daadwerkelijk met alleen de twee gitaren, maar op het album is Big Deal niet vies van overdubs. Zo is op de meeste songs meer dan één elektrische gitaar te horen en tegen het einde zelfs een stiekeme synthesizer.

Hun gestelde unique selling point valt daarmee voor de oplettende luisteraar een beetje in het water, maar dat mag de pret niet drukken. Lights Out bevat twaalf indiepoppareltjes, stuk voor stuk met verve uitgevoerd. Songs met prettige refreinen die ondanks de beperkte instrumentatie blijven boeien.

Nagenoeg het hele album wordt in samenzang gezongen. De stemmen van Alice Costelloe en Kacey Underwood mengen prima. Erg creatief is de samenzang echter niet, men past steeds hetzelfde trucje toe, met Costelloe die de hogere partijen voor haar rekening neemt en Underwood altijd daaronder; steeds dezelfde harmonie, zonder verassingen.

Randje

Ondanks de intieme setting, akoestische gitaar en de constante samenzang heeft het hier gepresenteerde weinig met folk te maken. De liedjes op Lights Out zijn eerder beïnvloed door bands als Sonic Youth; duidelijk te herkennen in het overstuurde elektrische gitaargeluid. Popmuziek met een rauw randje.

Hoeveel boeiende albums ze kunnen maken met deze formule valt nog te bezien, maar het is ze in ieder geval één keer gelukt. En dat zelfs ruimschoots.