Met een afwezigheid van inmiddels vijf jaar mag je je terecht afvragen hoeverre het geluid van Red Hot Chili Peppers nog past binnen het hedendaagse muzieklandschap. Zeker na het wegvallen van gitarist John Frusciante, die een belangrijke stempel drukte op die sound.

Stilistisch gezien is Red Hot Chili Peppers heel geleidelijk aan veranderd van freakfunkband tot stadionrockact. De creatieve piek in de jaren tachtig wordt echter overschaduwd door de commerciële piek begin jaren negentig (zie parallellen met R.E.M., Bryan Adams en Metallica), waarna de band voornamelijk formulematig te werk ging.

Een trend die bij oudere rockbands inmiddels gemeengoed is geworden. De band rondom Anthony Kiedis heeft als extra handicap dat gitarist John Frusciante niet heeft meegewerkt aan I’m With You. Josh Klinghoffer is een zoverre een waardige vervanger dat hij dat gemis deels weet op te vangen, maar helaas niet volledig.

Ondanks de productie van vaste waarde Rick Rubin, mist I’m With You de scherpe randjes (die eigenlijk al na Californication uit 1999 afwezig waren). De makkelijke hitjes van voorganger Stadium Arcadium blijven echter ook uit. I’m With You klinkt als weer een stap verder; niet noodzakelijkerwijs beter of slechter, maar wel bedachtzamer.

Subtieler

Die scherpe randen uit het verleden waren direct terug te voeren op de periodes die voorafgingen aan het opnames van een album. De bandleden lijken eindelijk vrede met zichzelf en met elkaar te hebben gevonden. Muzikaal is I’m With You subtieler dan gebruikelijk voor de Peppers. Teksten zijn meer observerend dan voorheen.

Binnen de kaders die het geluid van Red Hot Chili Peppers vormen, blijkt er nog voldoende speling voor veertien nieuwe nummers, zonder dat er teveel sprake is van eenvormigheid. Dankzij de tijdloze productie van Rick Rubin blijft I’m With You goed overeind, al bevat de plaat geen klassiekers.