De carrière van Richard Buckner heeft veel weg van de gebroken levens en relaties die hij al jaren bezingt. Albums vol belofte, ontvangen met lof, maar vooralsnog blijft het bij de droom van eeuwige liefde. 

Met dien verschillen dat met elke plaat Buckners cultstatus groeit en zijn achterban gestaag toeneemt. Sinds Bloomed in 1994 heeft Buckner nog zeven albums vol verhalen van overspel, bedrog, verlies, eenzaamheid en half legen glazen vol geschreven. Maar sinds het achtste album Meadow uit 2006 was het stil.

De donkere liedjessmid werkte aan een filmscore, was korte tijd verdachte in een moordzaak en werd geplaagd door allerlei andere vormen van tegenslag. De ellende, echter, werd overwonnen. Kapotte opnameapparatuur werd vervangen, gestolen opnames werden opnieuw gemaakt.

Samen met Steve Shelley en Buddy Cage werd Our Blood op band gezet. Negen nummers waar Buckner op gebruikelijke subtiele wijze woord en toon kiest. Simpele gitaarpartijen, leunend op een lange folk country traditie, aangevuld met spokende elektronica en treurniswekkende orgelpartijen.

Verteller

De stem ingehouden, doorspekt met rook en whisky, ergens tussen fluisteren en zingen in. Daarin alleen al toont Richard Buckner zich een verteller pur sang, die eerder inneemt dan uitschreeuwt wanneer het spannend wordt. De vraag om in de woorden te kruipen, in plaats van ze over je heen te laten rollen.

Daarmee gaat Buckner meer terug op Devotion + Doubt en Since dan op voorganger Meadow. Daar liet hij zijn ruige kant zien, maar hier draait het weer meer om de kleine liedjes. Ingetogen, schurend van ellende. Als die donkere ziel op de hoek van de bar, vol van verhalen als je even de tijd neemt om er naast te kruipen.