Schotse singer-songwriter Astrid Williamson zag in 2010 experimentele gitarist Leo Abrahams optreden als onderdeel van Brian Eno's toenmalige band. De twee besloten hun krachten te bundelen en het resultaat is een betoverend album.

Pulse is het vijfde soloalbum van Williamson, die eerder onder andere samenwerkte met Johnny Marr (ex-The Smiths) en Bernard Sumner (ex-New Order) in hun voormalige supergroep Electronic. De stijl die Williamson aanhangt op dit album heeft het midden tussen typische singer-songwriter liedjes en experimentele, bezwerende elektronica.

Deze combinatie klinkt organisch, natuurlijk en nooit geforceerd. Williamson heeft een warme en veelzijdige stem, die, indien gewenst, een klein randje bevat. Als klassiek getraind pianiste neemt ze vaak het voortouw in de liedjes, met Abrahams die met zijn met effecten beladen gitaarspel de gaten dicht speelt en sfeer creëert.

En sfeer heeft Pulse in overvloed. Niet alleen de zang en het spel zorgen voor spanning, ook de goede productie draagt hieraan bij. Avant-garde die pretentieloos lijkt. Een bijzonder knappe prestatie.

Spookachtig

De songs zijn stuk voor stuk boeiend, hoewel ze tegen het einde wat op elkaar beginnen te lijken. Dit zit hem echter meer in de productie dan in de kwaliteit van de liedjes zelf. Hoogtepunten zijn het spookachtige Pour en het percussievolle Cherry.

Voor liefhebbers van creatieve dames als Tori Amos of zelfs Kate Bush is Pulse op zijn minst een luisterbeurt waard. Het niveau van voorgenoemde dames haalt het allemaal net niet, maar erg goed en origineel is het wel.