Grumbling Fur – Furrier

Muziek is magie. De vonk tussen muzikanten in de studio, op het podium en naar het het publiek, de luisteraar. En hoe mooi is het wanneer dat gebeurt in jamsessies, waar de muzikanten geheel naakt en kwetsbaar tegenover of naast elkaar staan. Furrier is het resultaat van zo’n sessie.

Deze plaat is ontstaan uit een improvisatie dag tussen leden van Æthenor, Mothlite, Circle, Pharaoh Overlord en Alexander Tucker, breiend op krautrock, psychedelica en postmetal. De opnames van deze dag zijn vervolgens op de plank gelegd, en later door Daniel O’Sullivan (Æthenor/Mothlite) productioneel onder handen genomen.

De resterende veertien nummers zijn Furrier geworden, een plaat waarop de magie tastbaar is geworden. Drie kwartier lang hangt dreiging in de kamer. Openend met drie stukken die ergens tussen de vrije postrock van The Boxhead Ensemble en het Japanse Mono in hangen, wordt de spanning gestaag opgebouwd.

Een introductie tot een zwaarder middenstuk. Beginnend met Curing Hides, waarin de drums vanuit een jazzy opening in een krautrockmantra verzeilen. Hier omheen hypnotiserende orgelpartijen, gitaarnoise en drones die steeds zwaarder aanzetten. Slepende hypnose die haast beklemmend wordt wanneer de krijsende vocalen er in komen.

Engelen

Daar tegen over staat echter een even zalvende stem, als haast het contrast tussen engelen en demonen. En dat zijn ook de uiterste die in Grumbling Fur samen komen. Duistere momenten van postmetal, haast bezwerende momenten van sjamanisme, kleine sprongetjes langs de jazz.

Alles komt als in een over rollende storm over je heen. In grote striemende, maar warme druppels die elke vezel van je kleding doordrenken. Waarbij je als luisteraar enkel de armen kunt strekken, met de kin omhoog. Hopend om meer van de striemende regen te vangen.

Lees meer over:
Tip de redactie