Het is grappig om te zien hoe sommige muziekgenres in een korte periode erg invloedrijk zijn en dan ineens lijken te verdwijnen, terwijl andere genres jarenlang – zonder enige rol van betekenis te hebben – een beperkte mate van succes kennen. Skapunk is zo’n genre.

Big D and The Kids Table is een zogenaamde derde generatie skaband. Na de Britse skaopleving eind jaren zeventig, begin jaren tachtig kwam de van oorspong Jamaicaanse muziekstijl midden jaren negentig opnieuw tot bloei toen Amerikaanse bands het vermengden met punkrock. No Doubt was de meest succesvolle band uit die lichting skapunkbands.

De revivalbeweging kende nog enkele succesvolle vaandeldragers, waaronder Less Than Jake, Sublime, The Mighty Mighty Bosstones, Rancid, Reel Big Fish, Ska P, The Aquabats en Save Ferris. Nederlandse genregenoten zijn het half-Amerikaanse Jaya The Cat, het Amsterdamse De Hardheid en Sideshift Harry uit Roermond.

Helaas brengen Big D and The Kids Table niks nieuws. Enkele leuke liedjes daargelaten baseert de band uit Boston, Massachusetts zijn gehele repertoire op dezelfde akkoorden, patronen en riffs als alle eerder genoemde bands. Ook de sociaal-politieke thema’s die bezongen worden, zijn reeds alom vertegenwoordigd in het genre.

Spaarzaam

Het voornaamste onderscheid tussen Big D en een gemiddelde skapunkband zit ‘m in de achtergrondkoortjes. Die zijn namelijk erg leuk. Vier zangeressen (waarvan twee uit de band Tip The Van) die zich Doped Up Dollies noemen, verrijken de weinig oorspronkelijke skapunk met zeer spaarzaam gebruik van girlpop en Motown.

Pijnlijk gedateerd strompelen Big D and The Kids Table door het achttien nummers tellende zevende studioalbum. Dit is een band die het best gedijt bij een geschonken publiek op een festivalweide. Met de titel For The Damned, The Dumb & The Delirious somt Big D meteen de potentiële kopers van dit schijfje op.