Berlijn. Bijna mysterieus klinkt het, de naam van het culturele episch centrum van Europa. Zo geladen met aantrekkingskracht dat de Amerikaan Zach Van Hoover in 2009 besloot Washington D.C. in te wisselen voor de Duitse metropool. Zijn band Zulu Pearls zou hij daar wel opnieuw opbouwen.

Een gewaagde stap, maar bandleden én inspiratie werden gevonden en twee jaar na de oversteek ligt hier het tweede album van de herboren band. Een plaat waarin een sterke hang naar seventiesrock te horen is. Hang naar, maar geen rit door retro-land.

Eerder denk je bij No Heroes No Honeymoons aan Ryan Adams en My Morning Jacket dan aan Thin Lizzy. Artiesten die hun inspiratie halen uit een warm rockverleden, maar dat op geheel eigentijdse wijze invullen.

Daardoor loopt door de hele plaat een lijn van herkenning, zonder daar precies een vinger op te kunnen leggen. Warme ambachtelijke rock met een sterke indievibe. Hier en daar een kwinkslag naar de jaren tachtig, met een skaslag op de ritmegitaar.

Echo

Een ruime echo over het geluid, waarin de warme, kraakstem van Van Hoover geheel tot zijn recht komt. Helaas zijn alleen niet alle nummers even memorabel. Zo is Honeyland net een tikje te zoetsappig. Maar deze worden allen geflankeerd door kunststukjes in de liedjessmederij.

Met name Two Thousand Whatever, een naar southern rock riekend indiewerkje, mag mee de zomer in. Zwoel, sexy en onderkoeld tegelijkertijd. Teken aan de wand dat we van Zulu Pearls vast nog meer gaan horen.