Soms krijgen platen door gebeurtenissen een geheel andere lading dan de maker in eerste instantie bedoelde. Zo liet Geir Jenssen zich voor N-Plants inspireren door Japanse kernreactoren. Vooral gefocust op de ligging, de architectuur en op de achtergrond de dreiging.

Maar met de recente gebeurtenissen in Japan is de dreiging in de beleving van deze plaat naar de voorgrond geschoven. Zo is in Sendai-1 het leidmotief een repeterende sirene en lijkt in een aantal nummers de geigerteller terug te horen.

Toch is het niet een en al dreiging en destructie die door N-Plants heen klinken, aangezien Biosphere zich meer liet leiden door de esthetiek dan de ethiek rond het thema. Dat reflecteert zich in een futuristisch en koud minimalisme, met een warme ondertoon in de achtergrond.

Dat laatste een weerspiegeling van het natuurschone landschappen waarin de Japanse reactoren vaak te vinden zijn. Een spanningsveld dat met de kennis van nu zeer beladen is, hoewel zeker niet altijd donker. Veelal juist industrieel en afstandelijk. Het geluid van een observant in een toonkleur die doet denken aan Autechre.

Breuklijnen

Het contrast tussen de warmte in de verte en het scherpe digitale minimalisme in de beats op de voorgrond creëert diepte in het plaatje. Die spanning houdt echter niet de gehele plaat aan. Zelfs niet met de breuklijnen en het nog steeds heersende tsunami gevaar in gedachte.

Biosphere topt hiermee niet zijn beste werk, maar weet wel – na een stilte van vijf jaar – de aandacht op zich te vestigen. Daarmee ook een beetje geholpen door de natuur, maar zeker niet alleen met het verhaal van de tsunami een intrigerend album.