Kaputt is het negende album van Destroyer, en al acht albums begint de recensent verplicht met de mededeling dat het geen metalband is. Bij dezen. Destroyer is het soloproject van Dan Bejar, die u misschien kent van The New Pornographers of Swan Lake.

Eigenwijze indiepop, dus. Ooit in eenzaamheid begonnen als een zolderkamer lo-fi-project maar gedurende de jaren uitgegroeid tot experimentele en gelaagde indiepop, waarin de poëtische teksten van Bejar centraal staan. En dat was niet altijd even toegankelijk.

Op Kaputt, staan die teksten nog steeds centraal, is er nog steeds sprake van veel lagen, maar is er overduidelijk voor toegankelijkheid gekozen. in een mix waar jazz, funk, soul, blues samenkomen met bleeps en blops, zet Destroyer een sfeervol en warm album neer.

Af en toe lijkt het alsof Brian Ferry z'n Roxy Music een nieuw en moderner leven heeft ingeblazen. Dit om in samenwerking met Roger Waters de grenzen van de pop te verkennen.

Poëzie

Tekstueel is Bejar een wereld apart. In Blue Eyes zingt hij zelf “I write poetry for myself” en zoveel is duidelijk. De betekenis van de teksten, is de betekenis die de luisteraar er uithaalt. En in die teksten valt genoeg te vinden voor de eigen boodschap.

Zo speels als Bejar is met taal, zo gevarieerd is Kaputt in instrumentarium en de wijze waarop dit in elkaar wordt gedraaid. Destroyer legt hier geen lagen over elkaar, maar creëert een wonderlijk vlechtwerk aan details. Niets in het geluid is weg te vegen, overbodig of los uit de context te trekken. In totaal een intrigerend geheel, dat wellicht naast Destroyers meest toegankelijk ook het beste werk is.