The Antlers – Burst Apart

De vakantie staat voor de deur. Een periode waarin vele liefdes zullen ontbloeien, eerste kussen zullen vallen en harten worden gebroken wanneer de tent weer wordt opgeruimd voor de volgende camping. Aan The Antlers opdracht al dit leed met schoon te verzachten. De soundtrack bij de hoop op open eindes, bij elk gesloten boek.

Dat The Antlers instaat zijn om een betonblok op de borstkast te leggen, heeft de band al bewezen met Hospice in 2009. Een raak conceptalbum rond de uiteindelijk verloren strijd tegen kanker, dat zich op muzikaal en emotioneel vlak pijnlijk diep in de luisteraar boort.

Opvolger Burst Apart is geen conceptalbum en ook zeker niet zo pijnlijk. Maar emotioneel en raak is hij wel. En ook meer een coherent bandalbum. Leek Hospice nog op veel vlakken een uiting van Peter Silberman met band, lijkt het hier meer een organisch – samen gecreëerd – geheel.

De falset van Silberman – hoewel nog steeds scherp – is meer ingetogen, terwijl het muzikaal schemer eromheen breder is geworden. Melancholisch aanzwellende gitaren, meestal warm, soms snijdend koud. De toevoeging van elektronica, de dik aangezette echo over de snaren. Bombast zit op Burst Apart niet in de schreeuw, maar in detail.

Verwachting

Een als de wind rondzingend orgel op de achtergrond. Een gestage ruisfilter die zich over de zang werpt, een imploderende computersequence die door de voorgrond aan betere indiepop heen breekt of een blazer die het geluid open barst.

The Antlers heeft geen poging gedaan Hospice te herhalen. Wetende dat daar de verwachtingen te hoog voor waren, heeft de band het op een lichtelijk ander plan gegooid. Om daar vervolgens de verwachting volop mee te vervullen. Minder zwaar, maar nergens minder, de plaat voor op de achterbank, naar de volgende camping. En dan maar melancholisch mee mompelen; “Sterk spul hè, dat Burst Apart?”.

Lees meer over:
Tip de redactie