Een maand voordat The Beatles het laatste studioalbum Let It Be uitbracht, kwam Paul McCartney met zijn eerste soloplaat op de proppen. Met name John Lennon bekritiseerde het album, door te zeggen dat het kwalitatief ondermaats was.

McCartney brak inderdaad met de grootse en de tot in het kleinste detail uitgewerkte producties van de laatste paar Beatles-albums. Let It Be zou in eerste instantie de bandplaat zijn die Paul McCartney voor ogen had; een live-opname in de studio, zonder overdubs of ingewikkelde productionele toestanden. Totdat Lennon Phil Spector vroeg het album te produceren.

Dit eerste solowerk van Paul McCartney moet als een bevrijding hebben gevoeld. Bevrijd van The Beatles, bevrijd van de creatieve competitiestrijd tussen hem en Lennon en bevrijd van de grote studioproducties. McCartney bevat enkel kleine liedjes die hij in zijn eentje in de studio opnam met relatief weinig middelen.

McCartney’s solodebuut is heruit in de Paul McCartney Archive Collection op Hear Music, waarop eind vorig jaar ook al Band On The Run verscheen. Anders dan bij dat album, is dit pas de tweede officiële cd-release van McCartney. Lennons kritiek in acht genomen, blijft McCartney een pareltje in de discografie van de linkshandige ex-Beatle.

Relevantie

De eerste cd-versie van het album, uit 1993, had geen bonustracks, maar voor deze uitgave is er toch wat extra materiaal bij elkaar geschraapt. Alleen de nooit eerder verschenen opnames Suicide, Don’t Cry Baby en Women Kind hebben enige relevantie.

De overige vier nummers zijn live-opnames van jaren na dato, toen al met Wings. De versie van Maybe I’m Amazed uit One Hand Clapping stond zelfs al op de bonus-dvd bij Band On The Run. De dvd bij McCartney bevat slechts een half uur aan materiaal en biedt weinig nieuwe inzichten. Als totaalpakket levert het echter een fraaie heruitgave op.