Ninth is, als je een in 2001 uitgebracht live-album meetelt, toepasselijk genoeg het negende soloalbum van ex-Bauhaus-frontman Peter Murphy. Kan de Godfather of Goth nog steeds overtuigen anno 2011?

Voor Ninth heeft de enigmatische Murphy er voor gekozen om zoveel mogelijk live in de studio op te nemen. Dat werpt zijn vruchten af en het album bezit een rauwe directheid die moeilijk met een modernere manier van opnemen opgeroepen zou kunnen worden. Wel laten de muzikanten, met name de drummer, hier en daar wat kleine steekjes vallen.

Het album bevat een veelvoud aan stijlen. Murphy gaat moeiteloos van grungeachtige spierballenrock naar akoestische ballads en alles ertussen in. Overal klinkt hij meer als Bowie dan ooit te voren. De gotiek van Bauhaus is, al dan niet bewust, bijna geheel verdwenen.

Sommige songs klinken alsof ze in vijf minuten in elkaar gedraaid zijn, met ongeïnspireerde refreinen om het te bewijzen, terwijl andere songs juist doordacht zijn en slinks in elkaar zitten. Het album lijkt daarmee, ondanks de traditionele speelduur, wat aan de lange kant.

Zompig

De productie is warm en geloofwaardig. Alleen ballad Never Fall Out verdrinkt een beetje in zompig effectengebruik.

Overtuigen kan Murphy nog steeds, maar dat doet hij helaas niet op ieder liedje van het album. Het resultaat is een album dat mooie momenten kent, maar waarschijnlijk de tand des tijds niet zal doorstaan.