David Sylvian staat nou niet bepaald bekend om zijn gemakkelijke muziek. Het nieuwe album van de ex-Japan-frontman is dan ook een ingewikkeld stukje kunst. Dertien soundscapes met als enige aanknopingspunt Sylvians stem.

Samen met nieuwe muzikale partner de moderne componist Dai Fujikura herbewerkt Sylvian op Died In The Wool zes muziekstukken, want songs kun je het niet noemen, van zijn vorige album Manafon. Verder bevat het album zes nieuwe stukken waarvan twee Emily Dickinson-gedichten zijn, op muziek gezet door Sylvian en kompanen.

Schijfje twee bevat een geheel instrumentaal muziekstuk van meer dan achttien minuten gecomponeerd en geïmproviseerd door Sylvian en Fujikura voor een audio-kunstinstallatie.

Met popmuziek heeft dit alles weinig te maken, dit is eerder modern klassiek. Sylvian zingt met prachtige warme stem zijn ongestructureerd vrije teksten, terwijl de muzikanten spaarzaam schilderen en improviseren. Ritmisch is het haast nooit en het enige waar je eventueel maatsoorten van af zou kunnen leiden is Sylvians zang.

Topkwaliteit

Over de kwaliteiten van de meewerkende muzikanten en componist Fujikura valt niet te twijfelen, zij behoren tot de absolute top in hun respectievelijke genres en leveren prachtwerk af. Ook Sylvians zang en teksten zijn van topkwaliteit; zijn eigen dichtwerk blijft moeiteloos overeind naast dat van de vaak gelauwerde Dickinson.

Ben je bekend met Sylvians recente werk, dan weet je wat te verwachten en kun je dit album blind kopen. Voor de avontuurlijke muziekliefhebber misschien de moeite waard, maar voor iedere andere muziekconsument is dit vooral verwarrend en zelfs vermoeiend. Knap staaltje werk, maar niet voor iedereen. En zo is het vast ook bedoeld.