Nadat Josh Homme het grootste deel van het vorige album van Arctic Monkeys geproduceerde, eist James Ford de productie van het nieuwe album Suck It And See weer volledig op. Daarmee is hij kapitein van dit schip en hij zet een nieuwe koers uit.

De rol van Josh Homme blijft op dit vierde album beperkt tot enkele achtergrondvocalen op All My Own Stunts. Dat zal de trouwe Arctic Monkeys-fan meer dan voldoende vinden. Humbug is niet een veel slechter album dan zijn twee voorgangers, maar de productie van de Queens Of The Stone Age-frontman was gestript van enige finesses.

Niet dat Arctic Monkeys ten tijde van Whatever People Say I Am, That What I’m Not (2006) en Favourite Worst Nightmare (2007) bekend stond om zijn finesses. De band rondom Alex Turner klonk altijd al hoekig, hard en haastig. Op Suck It And See zoekt Arctic Monkeys muzikale nuances op.

Toch wordt er op dit album flink gebeukt. Brick By Brick is bijna vintage hardrock, Library Pictures bevat snarenwerk dat we kennen uit de heavy-metal en Don’t Sit Down ‘Cause I’ve Moved Your Chair is opgebouwd rondom een vette gitaarriff die niet had misstaan op een Josh Homme-productie.

Morrissey

Albumopener She’s Thunderstorms is toch echt weer een fraai staaltje britpop, dat zomaar op Morrissey’s Your Arsenal had kunnen staan. Op Black Treacle, The Hellcat Spangled Shalalalala, Reckless Serenade en het titelnummer is de invloed van de voormalige Smiths-zanger eveneens evident.

De bandversie van Piledriver Waltz is minder sterk dan in de solo-uitvoering van Turner op de Submarine-soundtrack, maar het liedje verbleekt sowieso naast het dromerige Love Is A Laserquest. In het erg goede slotnummer That’s Where You’re Wrong wordt aan het eind herhaaldelijk de titel gezongen, alsof de band en hun producer hun criticasters te kakken willen zetten. Groot gelijk, jongens.