Orka – Óró

De opnamewijze van Óro, het tweede album van Orka, is al een heel verhaal. In februari 2010 huurde de band een leegstaande zoutverwerking en -opslag af en hingen deze van boven tot onder vol met microfoons.

In de liftschacht, de trappenhal, in de bezemkast, overal waar mogelijk werd apparatuur geplaatst om geluidstrillingen (zelfs de kleinste, seismologische bewegingen van de bouw) op te nemen. Daarmee werd dit grote industriële pand opnamestudio en te bespelen instrument.

Óró bevat dan ook veel moeilijk te definiëren geluiden, die voortkomen uit het kraken, kreunen en de echo van de bouw zelf. Maar ook uit het gekozen instrumentarium. Het Scandinavische Orka maakt namelijk veel van de instrumenten zelf, vaak geconstrueerd uit afval. Zo wordt op deze plaat de parabolic disc harp bespeeld; een grote holle plaat met daar op stalen pijpen.

Met dit gegeven is de link naar Einstürzende Neubauten natuurlijk al snel gelegd. En ja, industrial, de metalen klappen van de zweep, is sterk terug te horen in Óró. Maar meer melodisch dan bij de Duitse pioniers, of andere bands uit de jaren tachtig – zoals Test Department – met een vergelijkbare werkwijze.

Magisch

Op een aantal momenten lijken de Faeröers met de ongebruikelijke middelen die ze hebben toch pop te willen maken. En slagen daar wonderwel in. Spookachtig, duister, maar pakkend en intrigerend. Het hypnotiserende Aldan Reyδ is magisch, net als het dromerige en echoënde Hon Leitar.

Door het ongebruikelijke geluid, maar door de keuze in eigen taal te zingen. Samen met de grote massa aan onmogelijk te plaatsen, maar prachtige geluiden creëert een warm bad van mystiek waar je je keer op keer in wil werpen.

Lees meer over:
Tip de redactie