Wellicht ken je hem van het bandje The Rascals of The Last Shadow Puppets, de op Paul Weller gelijkende jonge gentleman Miles Kane. Colour Of The Trap is zijn eerste soloplaat, hoewel hij ruggensteun krijgt van een aantal van zijn vrienden.

De helft van de nummers op het album schreef Miles Kane met zijn maatje Alex Turner van Arctic Monkeys, met wie hij The Last Shadow Puppets vormt. Daarin schuilt een bepaalde onzekerheid. Hij had deze nummers immers kunnen opsparen voor een nieuw album van The Last Shadow Puppets.

Kane krijgt ook hulp uit andere hoeken. Zo is Quicksand samen geschreven met Super Furry Animals-zanger Gruff Rhys en Inhaler met de zeventigjarige garagerocker Sean Bonniwell, voormalig voorman van de sixtiesband The Music Machine.

De invloed van jaren zestig-muziek is alom aanwezig. Zowel op de aandoenlijke popliedjes My Fantasy, Take The Night From Me en Colour Of The Trap als op rocknummers Come Closer, Quicksand en Kingcrawler.

Kreunmeisje

De zanger benadert de klanken uit de jaren zestig op een soortgelijke manier als britpopbands uit de jaren negentig dat deden. In Clémence Poésy vindt Miles Kane zelfs zijn eigen Franse kreunmeisje, met wie hij in duet gaat op het nummer Happenstance.

Producers Dan Carey (Sia, M.I.A., Franz Ferdinand) en Dan The Automator (Gorillaz, Kasabian, Cornershop) drukken, net als Alex Turner, een zware stempel op het solodebuut van Miles Kane. De Brit komt daardoor nergens uit zijn comfortzone, maar het levert een leuke popplaat op.