Uit Newport Beach komen niet alleen gebruinde supermodellen en overdreven Amerikaanse tienerseries, maar ook interessante nieuwe bandjes. Zo is daar Young The Giant met het gelijknamige debuutalbum, waar de succesvolle single Apartment al een voorproefje van gaf.

Young The Giant is een optelsom van drie decennia britpop: de galmende gitaren van Johnny Marr en The Edge, vocalen die doen denken aan Tim Booth (James), het hipstergehalte van The Libertines en de toegankelijkheid van The Kooks en Razorlight.

Maar waar Razorlight aandacht trekt door eigenaardige vocalen en The Libertines naam maakt door hoekige en rommelige hooks, is de onderscheidende factor bij Young The Giant maar moeilijk te benoemen. De band lijkt nergens echt voor te gaan, behalve het perfecte popliedje.

Cough Syrup is daar een goed voorbeeld van: stuwende percussie, aanstekelijke zangpartijen en gitaarpartijen die opbouwen, maar nooit heel ver uit de bocht vliegen. Young The Giant speelt het veilig, maar juist die instelling kan de band nog heel ver gaan brengen.

Afstand

Soms neemt de band afstand van de radiohits. Zo klinkt Islands ingetogen en koud en heeft Street Walker een dreigend sfeertje. Maar de zonnige en luchtige pop, zoals I Got en Apartment, lijkt de band toch wel het meest te liggen, hoe voorspelbaar de melodieën soms ook klinken.

Young The Giant neemt het niet zo nauw met experiment, vernieuwing of verrassingen. Ze liften mee in de indiescene, maar wel met een album dat vol staat met goede tracks. En stiekem zijn we natuurlijk allemaal toe aan de zomer en dan komt zo’n zonnig Californisch geluid eigenlijk precies op tijd.