Waarschijnlijk is Jason Forrest toch het bekendst als (dj) Donna Summer, maar sinds enkele jaren werkt de producer onder de naam die zijn ouders hebben meegegeven. Op de muziek valt echter nog steeds geen pijl te trekken.

Als een spons absorbeert hij alles, omdat vervolgens ergens te verwerken in zijn eigen danslandschap. De basis daarbij is breakcore door spekt met elektrische noise, maar daarmee kan hij even makkelijk tegen modern klassiek aanleunen (zoals in Potential) als langs drum-‘n’-bass passeren (The Exquisite Organs).

Daarmee houdt Forrest je voortdurend alert, maar – en dat is wellicht nog belangrijker – ook in beweging. Opgefokte 8-bit die moeiteloos overgaat in een duet tussen orgel en gitaar om in het opvolgende nummer te worden afgelost door een op hol geslagen drumcomputer.

Het lijken wel haast de gedachten van een hoog intelligente chaoot op muziek omgezet. Er is ergens een lijn die gevolgd wordt, maar muzikaal schiet het alle kanten tegelijk op. Daarbij verrassend genoeg wel steeds terugkerend bij de stam waar de takken uit ontsproten.

Jazzpatroontjes

De verandering en daarmee de verassing op The Everything is zo groot, dat je als luisteraar eigenlijk niet eens meer verbaasd bent als er in eens jazzpatroontjes passeren. Zelfs niet dat deze zijn aangevuld met castagnetten.

Jason Forrest drijft hier de spot met genre grenzen. Alles kan in een ketel, opgehakt, gestampt en geserveerd op een album van een artiest, liefst in één nummer. En als je dan aan het eind van de hectische rit geen salsa hebt gehoord, dan is dat omdat je niet hebt opgelet.