Eigenzinnige indierockers Bearsuit ruilde voor hun vierde album de violen, dwarsfluiten en blazers die eerst hun sound zo kenmerkend maakten in voor, hoe kan het ook anders, synthesizers. Een goeie stap voor het vijftal uit Norwich?

Van de rammelende nerdpop die Bearsuit eerder maakte is op The Phantom Forest geen spoor meer te bekennen. Met de komst van synthesizers lijken de dames en heren compleet overgestapt op strakke discopunk voor de indiedansvloer.

De meeste van de twaalf tracks op het album zijn dan ook uptempo en hoekig. De leadzang wordt afwisselend voor rekening genomen door meerdere leden, mannelijk en vrouwelijk. Alle stemmen zijn capabel, maar geen enkele opvallend. De samenzang is wel bovengemiddeld goed.

De liedjes zijn allemaal prima en het overgrote merendeel singlewaardig, hoewel nooit écht gedenkwaardig. Met titels als Albino Tiger Rescue Squad en Jim Henson's Creature Shop is duidelijk dat we hier te maken hebben met songs met een humoristische inslag. Toch lijkt overal een soort onaanwijsbare dreiging onder de oppervlakte te borrelen.

Vogelimitaties

Opvallend genoeg maken de laatste twee songs eigenlijk de meeste indruk. Kwaa-Kwaa en Dawn Of The Golden Oriole zijn deel twee en drie van wat een drieluik met als thema vogels lijkt. Eerstgenoemde heeft een briljante hook bestaande uit vogelimitaties.

Dawn Of The Golden Oriole is enkel opgebouwd uit twee gitaarlijntjes met wat woordeloze zang en opzwellende bekkens, maar bezit een zeldzame schoonheid. Live ongetwijfeld een feestje en daar zullen de songs waarschijnlijk meer indruk maken dan thuis of onderweg op de iPod.