Songs die ondanks het gebruik van vreemde, vaak oneven maatsoorten toch pakkend klinken zijn dun gezaaid. Het uit Manchester afkomstige Dutch Uncles levert dan ook met zijn tweede album Cadenza iets bijzonders af. Een album vol eigenzinnige songs die zowel catchy als experimenteel zijn.

Onder invloeden noteert Dutch Uncles een aantal artiesten die bijna door iedere indiepopband genoemd worden. Talking Heads, The Smiths, ga zo maar door. Echter, ook minder vaak genoemde artiesten prijken op het lijstje. Experimentele componist Steve Reich bijvoorbeeld, of seventies proggoden King Crimson. Dit is niet louter interessant proberen te doen, het heeft daadwerkelijk zijn weerklank in de muziek op Cadenza.

Het vijftal krijgt het voor elkaar om maatsoorten en muzikale ideeën die in mindere handen onnatuurlijk en geforceerd zouden klinken, te verweven in prettige popsongs. En dat zonder dat je het in eerste instantie opmerkt; je merkt het vaak pas als je gaat meetellen.

Een kniesoor zou kunnen zeggen dat het nooit echt ingewikkeld wordt. Dutch Uncles is geen Dream Theater. Het feit dat ze deze kant van het experiment opzoeken binnen een indiepop context maakt het uniek.

Buitenaards

Zanger Duncan Wallis heeft een prettige falsetto, de band is zeldzaam groovy voor het genre en alles klinkt transparant en spannend. Hoogtepunten zijn de eerste single van het album Fragrance en het semi a-capella Dolli, dat een bijna buitenaardse sfeer weet neer te zetten.

Of Dutch Uncles' Cadenza het Dave Brubecks Time Out van de eenentwintigste eeuw is valt nog te bezien, bijzonder en interessant is het in ieder geval.