Het pad naar de roem is voor Yuck al half betegeld door de BBC. De Britse omroep nam de band op in de lijst der beloften voor dit jaar, Sound Of 2011. Daarmee ligt het Engelse vijftal sowieso al in de kijker en klaar voor de hype.

Het debuut Yuck had echter net zo goed getipt kunnen zijn in de Sound Of 1991, als de BBC lijst toen al bestond. De jonge Britten duiken namelijk helemaal in de indiepop die de begin jaren negentig kleurde.

Stop Dinosaur Jr., Eric’s Trip, Pavement, Jesus And The Mary Chain, Sonic Youth en My Bloody Valentine in de blender met de fijne popliedjes van Teenage Fanclub, doe daar een schepje suiker voor de zoetigheid bij, en de wonderbaarlijke uitkomst is Yuck.

Popliedjes in een korrelige gitaarmuur, man-vrouw (fluister)samenzang, regelmatig enigszins onderkoeld gespeeld en dromerig gezongen. J Mascis is evident aanwezig in de gruizig opgetrokken gitaren, maar ook Belle & Sebastiaan komt om de hoek kijken (Suicide Policeman).

Liefelijk

Het knapste is echter dat Yuck deze twee ook samen weet te brengen, het liefelijke van de Schotten en de herrie van de Amerikaanse indierockdinosaurus, zoals in Georgia. Helaas staan daar ook nummers tegenover waarin de band minder orgineel is, zoals Operation. Daar wordt net iets te duidelijk geciteerd uit het beste werk van Sonic Youth.

Dat maakt Yuck echter niet tot een slecht album. Alle liedjes zitten goed in elkaar, hebben fijne pophooks. Maar iedereen die bewust de jaren negentig heeft meegemaakt zal geen seconde van verbazing achterover slaan.