Popmuziek uit Oostenrijk doet over het algemeen internationaal erg weinig. Enige uitzonderingen zijn Falco, Kontrust en, eerlijk is eerlijk, Opus. Het uit Wenen afkomstige Francis International Airport probeert zich aan dit illustere rijtje toe te voegen.

Laten we dit maar meteen even vaststellen; het tweede album In The Woods staat vol kwaliteitspop. Mooie, melancholische liedjes, uitgevoerd door getalenteerde muzikanten. Dat gezegd, maakt het verbazend weinig blijvende indruk. De songs zijn prima, maar ze lijken allemaal een beetje in elkaar over te vloeien.

Ze hebben geen duidelijke eigen identiteit en zijn, met een aantal uitzonderingen, compleet inwisselbaar. Misschien komt dit echter meer door de productie en het arrangement, dan een gebrek aan songwriterstalent. De klank van het album is namelijk erg onrustig.

Individuele instrumenten krijgen geen plek om te ademen en het geheel klinkt verstikkend. Bovendien heeft de band er een handje van om ieder leeg plekje vol te stoppen met noise-gitaren, synthesizers of elektronische percussie. Waarschijnlijk zochten ze naar een Wall Of Sound-achtig geluid, maar het resultaat zijn liedjes verstoken van dynamiek.

Misplaatst

Een drietal songs vallen positief op. Eerste singletje Monsters, het verrassend vrolijke Feet Of Clay en Pipeland met een intro die zo op een eind jaren zeventig Genesis-album zou kunnen staan. Laatstgenoemde wordt wel een beetje verpest door een misplaatst elektronisch snaregeluid, dat weer onrust stookt in wat eigenlijk een heerlijk gemoedelijk liedje is.

Voor de liefhebber van indiepop is In The Woods toch een album dat niet zal teleurstellen. Het niveau van een band als Elbow haalt het nooit, daar is de stem van zanger Markus Zahradnicek bovendien niet interessant genoeg voor, maar goed is het wel.