Obits – Moody, Standard and Poor

Het oude cliché dat groeiplaten vaak achteraf de beste platen blijken te zijn, gaat meestal op; het is immers niet voor niets een cliché. Een groeiplaat is het tweede album van het uit Brooklyn afkomstige Obits zeker, maar of het cliché hier ook opgaat?

Bij de eerste beluistering lijkt er weinig nieuws onder de zon. Obits maakt garage-achtige indierock. Prima, stevige songs, met een beetje schreeuwerige zang. Niks mis mee. En daar zit hem ook het probleem, het is allemaal niet slecht, maar laat in de eerste instantie niet echt een indruk achter.

Maar als je dan nog een keer luistert, blijken er toch wat leuke, subtiele dingen aan de hand te zijn. Obits is duidelijk beïnvloed door instrumentale surfmuziek van bands als The Ventures. Dit uit zich in het spel maar ook in de gitaareffecten.

Er wordt gretig gebruik gemaakt van ouderwets klinkende reverbs en dit geeft de verder vrij standaard songs toch net iets extra's. En dan blijken er opeens ook een paar echt goede liedjes op het album te staan, vreemd genoeg in het midden.

Middenmaat

Vanaf de zesde track, No Fly List, een heerlijk springerige punkplaat, lijkt Obits dan toch eindelijk zijn draai gevonden te hebben. Ook de drie songs erna, waarvan de laatste zelfs kan tippen aan het betere werk van Television, stijgen boven de middenmaat uit.

Was dit album een EP geweest met alleen de genoemde vier tracks, dan was het een juweeltje geweest. Zoals het er nu ligt is het toch nog een prima album waar je wel even voor moet gaan zitten om het echt te waarderen. Maar hoe vaak je ook luistert, een topalbum wordt het nooit.

Tip de redactie