Na zijn vertrek bij War On Drugs in 2008 heeft Kurt Vile waarschijnlijk geen moment zonder zijn gitaar doorgebracht. Smoke Ring For My Halo is het vierde album sindsdien. En eentje waarop vrijwel elke toon raak is.

De gruizige lo-fi van de drie voorgangers is losgelaten. Kurt Vile heeft de keukenstudio ingeruild voor een echte studio en het geluid opgeschoond. Zijn aanpak blijft echter gelijk, met het liedje rond gestapelde gitaarpartijen centraal.

Opener Baby’s Arms zet meteen de tijd stil. Droog tokkelwerk omfloerst met bliepjes, blopjes en zwevende percussie. Daarover een dromerige Kurt Vile, aangevuld met de engelenstem van Meg Baird.

Een ongedwongen en laidback sfeer die hij de hele plaat volhoudt. Als een zonnige zondagochtend in een zachte zomer na een late zaterdagnacht. Zelfs de meest vlammende momenten passen nog geheel binnen deze rust.

Hoewel Smoke Ring For My Halo geen opschudding veroorzaakt, zal dit album zeker de carrière van Vile opschudden. De wijze waarop hij de bedkamersfeer van de lo-fi weet vast te houden in gebruik van hi-tech-studio, brengt hem praktisch je eigen kamer in.

Eenvoud

Dit mede omdat Vile (en zijn Violators) zich niet heeft laten verlokken tot overmatig gebruik van de studio. Runners Up is juist door zijn eenvoud – een paar gestapelde gitaarlijnen, een basdrone en een woodblock – zo innemend.

Bovendien heeft Jesus Fever alles in zich om Vile aan een groter publiek te introduceren. Hier lijkt het – zoals vaker op Smoke Ring For My Halo – alsof je de muziek al decennia kent, maar nu geheel opgefrist weer hoort. Tijdloos, haast.