In het geval van Erland And The Carnival kun je haast spreken van een supergroep van onbekende namen. De leden van de band hebben allemaal hun sporen al verdiend in bands als The Verve, Blur, The Cult en The Orb, maar veelal op de achtergrond.

Multi-instrumentalist Simon Tong, drummer David Nock en folkzanger Erland Cooper kwamen afgelopen jaar met hun debuut. Een album dat bestond uit knip en plakwerk uit de eeuwenoude folktraditie van Engeland. Oude folk verpakt in een nieuw modern jasje.

Op Nightingale kijkt het drietal ook terug in de eigen traditie, nu niet door oude werken te samplen en herschikken in nieuw materiaal, maar als inspiratiebron voor geheel nieuw werk. Wel wordt verwezen naar de literaire geschiedenis van Groot-Brittannië.

Van Dream Of The Rood – een van de oudste Engelse gedichten – tot T.S. Elliot worden in de folkliedjes verwerkt. Folk met meest vreemde wendingen, aangevuld met analoge keyboards en zweverige effecten.

Vreemd

Soms hint het aan The Good, The Bad And The Queen. Dan neigt naar het vreemde neefje van The Coral of klinkt als het stonede broertje van Mumford And Sons. Maar voortdurend geeft Erland And The Carnival een geheel eigen en moderne invulling van folk.

Daarmee past het trio goed in de lijn van weirdfolk die zich sinds de jaren zestig in Engeland ontwikkeld. Voortdurend uitdagend, met een breed verrassend geluid. En met nummers als het poppy Springtime en The Trees They Grow So High – folk in een gejaagde, duistere elektro mix – volledig op de toekomst gericht.