Toen in 2002 het debuutalbum uitkwam van Avril Lavigne, verraste de destijds nog maar zeventienjarige Canadese zangeres de wereld met overtuigende popliedjes over tienerproblematiek en kalverliefdes. Lavigne blijft lang in haar puberteit hangen.

Er was niks mis met de gitaarpophits van Lavigne’s debuutalbum Let Go uit 2002 en ook de opvolger, Under My Skin uit 2004, hanteerde eenzelfde formule, zij het met een ruiger randje. Rebellie in een bubblegumjasje; boze meisjesmuziek was zelden zo plezant.

The Best Damn Thing uit 2007 toonde al overduidelijke tekenen van artistiek verval en op Goodbye Lullaby grijpt Lavigne terug op het geluid van Let Go. Dat levert soms leuke liedjes op, zoals potentiële hits Push, Wish You Were Here en Stop Standing There.

Op andere momenten (4 Real, Darlin, Everybody Hurts) mondt dit uit in verveeldheid, stupide teksten en dezelfde zangpatronen die we al tot in den treuren gehoord hebben van Lavigne. De gemakzucht waarmee ze sommige liedjes op dit album schreef is stuitend.

Infantiel

De kracht van Avril Lavigne is dat ze ondanks haar creatieve beperkingen toch ontzettend aanstekelijke liedjes kan fabriceren. Zo zijn What The Hell en I Love You infantiel qua tekst en melodie, maar binnen Lavigne’s stramien werkt het prima.

Het liefdesleed van de zangeres wordt verwerkt op de prima powerballads Remember When en Goodbye. Reclamejingle Black Star had het verdiend verder uitgewerkt te worden, terwijl filmsong Alice een absolute draak is. Lavigne is haar skaterbroeken ontgroeid, maar de muziek blijft achter.