Een veelbelovende hoes kan een goed promotiemiddel zijn voor je album. Goose huurde voor het ontwerp van zijn tweede album Storm Thorgerson in, die samen met Aubrey Powell verantwoordelijk was voor de hoes van Pink Floyds Dark Side Of The Moon.

Goose is een electroformatie uit het Belgische Kortrijk. In 2002 won de band Humo’s Rock Rally met de door Teo Miller (Blur, James, Robert Plant) geproduceerde debuutsingle Audience en vijf jaar later opende Goose een regenachtig Pinkpop.

Debuutalbum Bring It On werd uitgebracht bij het in Brighton gevestigde Skint Records, dat vooral bekend is vanwege zijn releases van Fat Boy Slim. Synrise verschijnt bij het Berlijnse elektronicalabel !K7 Records.

Voor het tweede album liet Goose zich inspireren door synthesizergeluiden uit de jaren ’70 en ’80, waaronder die van Giorgio Moroder. De moderne synths werden aan de kant gezet vanwege de voorkeur voor ouderwetse, analoge synthesizers. Met een totaal ander geluid als gevolg.

Geneurie

Op het debuut stonden liedjes die vooral energiek, vrolijk en springerig van aard waren. Op Sunryse gooit Goose het deels over een andere boeg, hoewel het instrumentale titelnummer – met geneurie van zangeres Peaches – een link vormt met de voorganger.

Ook het upbeat Can’t Stop Me Now ligt niet ver uit de buurt van de oude Goose, maar de analoge geluiden geven de electroklanken meer diepgang. Het intro van After lijkt op het intro van Dancing With Tears In My Eyes van Ultravox, wat een voorbeeldband zou kunnen zijn.

Diep

Op Like You komt heel even The Cure om de hoek kijken als inspiratiebron, terwijl Goose op het feestnummer As Good As It Gets dieper in de new wave lijkt te duiken met bands als Blanc Mange en B-Movie. Maar dan met minder diepe teksten.

Hunt is een soundscape met zweverig gezang en geldt als plaspauze tijdens het analoge retrofeestje van Goose. Words is dan weer een lekkere dancetrack, met een verfijnde mix van electro en new wave. Bend is een overduidelijke ode aan Moroder, met een opbouw die lijkt op I Feel Love van Donna Summer.

Abominabel

Één van de sterkste nummers is het donkere In Cars, dat wederom een knipoog is naar het vroege werk van Ultravox. Slotnummer Staring is een onbeduidend instrumentaaltje. De enige constante irritatiefactor op Synrise is de abominabele zang van Mickael Karkousse.

Niet dat deze stijl van muziek vraagt om perfecte zang. In tegendeel zelfs, een ongracieuze, karakteristieke zangstem is een must. Echter, Karkousse mist karakter en agressie in zijn vocalen. Maar welke new waver wil dan ook een Pink Floyd-achtige hoes?

7/10