Nederland kent ze ook, de nieuwbouwwijken aan de rand van de stad waar om acht uur ’s ochtends de hele gemeenschap uitrijdt om negen uur later in dezelfde file naar terug te keren.

Wijken met voortuintjes en kleurcodering in de straten, anders houd je ze niet uit elkaar. Wijken waar kinderen onbekommerd kind kunnen zijn. En daar gaat The Suburbs – het derde album van Arcade Fire – over, groot worden in luwte van de buitenwijk.

Maar ook het blijven hangen in, strijden tegen, verlaten van die wijken en het met de jaren uit elkaar groeien van de vrienden uit de kinderjaren. De moderne versie van Het Dorp van Wim Sonneveld in zestien hoofdstukken.

The Suburbs leest als een boek, en moet ook zo worden ervaren. Hoewel de plaat in het midden even inzakt, is het er eentje die in zijn geheel moet worden gedraaid.

Ingetogen

En ook vaak, want The Suburbs heeft tijd nodig om zich in zijn totale schoonheid te openbaren. In tegenstelling tot Neon Bible zit het venijn hier in de ingetogenheid. Waar de voorganger juist haast agressief tegen religie kon schreeuwen, wordt hier haast gefluisterd.

Dat geeft weliswaar meer spanning met zich mee, maar ook een vlakkere plaat. The Suburbs telt geen echte uitschieters die er met kop en schouders bovenuitsteken.

Degelijk

Dat zegt iets over de kwaliteit van de plaat, want op twee missers na zijn het allemaal zeer degelijke nummers die geen moment storen. En hoewel de pieken vrijwel ontbreken – Suburban War, het breekpunt in de cd, is daarop de grote uitzondering – is het een album dat je opnieuw blijft aanzetten.

In zestien nummers doelloos zwalken door de suburbs, maar vooral ook door een diversiteit van invloeden van jaren ’70 disco tot folk. Waarbinnen vooral heel erg sterk aanwezig voorbeeld en vriend Bruce Springsteen.

Scherp

Daar ligt ook meteen de grootste kracht. Win Butler – de kern van het zevenkoppige collectief - ontvouwt zich namelijk steeds meer als een verhalenverteller zoals The Boss.

Muzikaal is The Suburbs misschien minder scherp, maar qua teksten is scherpte juist toegenomen. Hier speelt mee dat Butler hier in onderwerp – letterlijk - dichter bij huis is gebleven.

En daarmee ook dichter bij ons huis. Wanneer in Suburban War wordt gezongen “And my old friends/I can remember when/You cut your hair/We never saw you again” hoef je geen lang haar te hebben gehad om Butler te begrijpen. Net als bij Wim Sonneveld zie je het veranderende dorp voor je.

8/10