Neil Hannon en zijn Divine Comedy zijn over de jaren een zekerheid geworden met perfecte, elegante pop. En ook de elfde van de man is geen teleurstelling op dat gebied.

Er valt iets te zeggen voor het comfort van consistentie. Het is als het familiare gevoel van afgedragen slippers of een te grote trui. Knus, warm, een zekerheid en een glimlach op het gezicht, juist daarom.

The Divine Comedy heeft zijn hoogte- en dieptepunten gekend. Top tien hits, commercieel succes en verlies, schrijven voor tv-series, films en zelfs musical kwam uit de hand van Hannon.

En onderwijl wist hij zijn eigen mix van kamerpop, chanson, vaudeville, musical, europop en swing te perfectioneren.

Charmant

Een andere constante zijn de scherpe teksten. Een overdaad aan literaire verwijzingen, de kracht om pakkende, geloofwaardige karakters in een paar lijnen te schetsen zonder daar een waardeoordeel aan te hangen.

Dit alles bevat ook weer Bang Goes The Knighthood, een collectie van verfijnde charmante liedjes die doen verlangen naar de zomer. De sfeer over de gehele plaat is in zijn algemeenheid positief en ontspannen, met hier en daar een stukje dramatiek zoals in When A Man Cries.

Prostitutie

Onvermijdelijk blijven de Randy Newman en Scott Walker vergelijkingen, maar toch is dit puur The Divine Comedy. Onderwerpen als prostitutie in Naples in Wereldoorlog II (Neapolitan Girl), de economische crisis (The Complete Banker) en sociale onhandigheid (At The Indie Disco) komen aan bod in zoete pop, cabaret of klassieke indie.

Hannon’s stem croont en tilt op, wat het onmogelijk maakt niet met hem te swingen. Zelfs al zijn alle nummers niet op hetzelfde niveau, het totaal is nog steeds van hoge kwaliteit.

Voor wie op zoek is naar spanning en nieuwigheid, is dit het moment om te zeggen dat dit niet de plek is om dat te zoeken. Het is meer komedie dan goddelijk, als een oude vriend waar het fijn is om bij te zijn. Niets nieuws onder de zon, maar goed zoals het is.

7/10