Met het album Allennig IV sluit Daniël Lohues zijn vierdelige reeks aan seizoensgebonden soloplaten af. De herfst is ditmaal aan de beurt.

Na een enorme bulk aan songs op de voorgaande albums uit deze serie (51 in totaal), komt de Drentenaar nu met veertien nieuwe kleine liedjes in zijn dialect.

Met zo’n enorme hoeveelheid aan materiaal in vier jaar tijd, blijkt Lohues een productieve liedjesschrijver.

Kwantiteit en kwaliteit zijn behoorlijk in evenwicht, al zou een strengere selectie resulteren in sterkere albums.

Lohues overpeinst de kleine dingen in het leven. Waorum Kan Dat Nou Nooit ‘s Gewoon, Gewoon is daar een mooi voorbeeld van, evenals Op ’n Dorp Is Iederiene ’n Beroemdheid en Zo Giet Dat Hier.

Bewerkingen

Op Mecanicien In Den Vrumde bewerkt Lohues dezelfde Schotse balladevorm die we kennen uit Lennons Working Class Hero. In dit lied vraagt de zanger aandacht voor de Nederlander Edward Kleine, die dertig jaar moet zitten in de gevangenis van Montgomery, Alabama, na het doodrijden van een jongen na een avond stappen.

Tijdens één van zijn trips door het noordwesten van de Verenigde Staten ontdekte Lohues het liedje ‘Famous In A Small Town’ van Miranda Lambert. Omdat de tekst hem zo aansprak vertaalde hij het naar Op ’n Dorp Is Iederiene ’n Beroemdheid.

Streektaal

De muziek laveert net als op eerdere soloalbums tussen op Amerikaanse leest geschoeide folk, lichtklassieke pianomuziek en kleinkunst. In combinatie met de vaak weemoedige en melancholische teksten maakt dat van Allennig IV een uitvergroting van klein menselijk leed.

De plaat heeft enkele grondige luisterbeurten nodig voordat het overkoepelende thema (herfst, oogst) echt duidelijk wordt, zeker voor wie de Nedersaksische streektaal niet machtig is. Lohues springt er subtiel mee om.

Identificeren

Lohues lijkt soms gevangen in zijn eigen observaties. De liedjes zijn een collectie aan gedachten en ideeën. Aan provinciaal chauvinisme (zoals bij Guus Meeuwis) of romantisering van het regionale (zoals bij Rowwen Hèze) maakt Lohues zich nergens schuldig. “’t Is zoas ’t is.”

In de kern is de Allennig-reeks een mooi persoonlijk document, ook al is dit vierde deel niet het sterkste. Na vier platen (en 65 liedjes) in muzikale eenzaamheid wordt het onderhand wel weer eens tijd voor een bandplaat. Maar je zou haast zeggen dat Daniël Lohues daar geen ‘skik’ meer in heeft.

7/10