In de schaduw van Leonard Cohen, Nick Drake en John Martyn vinden we Fionn Regan. The Shadow Of An Empire, de tweede plaat van de Ier, staat vol met kleine verhaaltjes in de vertellende troubadourtrant van de drie meesters.

Mooie verhaaltjes in mooie liedjes, maar wel in de schaduw. Fionn Regan heeft een mooie stem, mooi pianospel, mooie akkoordenschema’s en mooie composities.

Mooi, maar nooit echt onderscheidend. Geen moment dat het gevoel van een vergrotende, laat staan een overtreffende trap je bevliegt.

Parafraseren

Wat Regan vooral goed doet is parafraseren. Genocide Matinee is de rockabilly Johnny Cash, Violent Demeanour verwijst naar Leonard Cohen met de rockrand van Whiskey Priest Ryan Adams en hoogtepunt Little Nancy hint naar Neil Young in zijn Harvest-dagen.

Niets mis mee, zou je zeggen. En dat is het ook niet. Regan beheerst de pen, schrijft sterke teksten en nummers als Little Nancy en Lord Help My Poor Soul zouden een dag radio luisteren zeker verlichten, tussen alle voorgekauwde lopende-bandpop die de ether lijkt te beheersen. Eerlijk is Regan wel. Eerlijk en mooi, dus.

Onderscheiden

Maar eerlijk en mooi is niet voldoende. De ambacht sijpelt van de cd af, maar echt onderscheiden doet Fionn Regan niet, hij bijt niet van zich af. De titel lijkt dan ook haast op de muziek zelf te slaan.

We hebben koning, keizer, admiraal en Regan loopt in hun gevolg. Weliswaar niet geheel onderaan, maar als man van adel, dat bewijst zijn tweede plaat wel.

Maar of hij de geschiedenisboeken haalt is met de opvolger van The End Of History maar de vraag. Hoe mooi de plaat ook de schaduw uitvaart met haar titelsong.

7/10