Echo & The Bunnymen draait al drie decennia mee en hebben niets meer te bewijzen. Vijf albums na hun reünie moet men zich zelfs afvragen wat ze eigenlijk nog toe te voegen hebben.

De band heeft een vernieuwde buzz, de laatste jaren is het oude werk met de nodige aandacht geremasterd. Het hippe Nouvelle Vague uit Frankrijk heeft ze gecoverd en Coldplay heeft de band vol adoratie genoemd en geroemd.

Iets dat heeft geleid tot een herontdekking van het geluid en de band onder jongeren. En net als The Pixies nu doet met Doolittle, heeft de groep vorig jaar het meesterwerk Ocean Rain in haar totaal gespeeld in The Royal Albert Hall.

Eigenlijk had The Fountain vorig jaar uitgebracht moeten worden bij Warner, maar in plaats daarvan komt hij dit jaar uit op het kleine indielabel Ocean Rain. Geproduceerd door John McLaughlin, bekend om zijn mainstream producties, is het geluid opgefrist tot Echo & The Bunnymen op zijn veiligst. En in alle eerlijkheid kun je daar enkel boos om raken.

Boos

Boos omdat het moeilijk is om dit radiovriendelijke geluid te koppelen aan het talent van McCulloch en Sergeant. De openingssingle Think I Need It Too zegt eigenlijk alles: de formule is er, de pieken zijn er, maar het refrein is een van de zwakste die McCulloch had kunnen bedenken.

De tekst is zo mogelijk nog zwakker in Drivetime, waar het lijkt alsof de band flirt met The Kooks (uit alle bands). Met net een snufje meer ballen of drijf had een zoveel betere track kunnen zijn, de arrangementen zijn immers wel goed. De titeltrack bevat een vonkje van hun oude vlam, maar het is onmogelijk om voor een van de nummers te vallen. Sommige zijn gewoon te zwak.

Anoniem

Echo & The Bunnymen probeert niet om mee te gaan met de tijd of bij welke rage dan ook aan te haken, en terecht. Maar The Fountain is anoniem meer dan middelmatig, lauw in plaats van sprankelend en gewoon makkelijk te vergeten.

McCullochs stem is lager en donkerder geworden, maar nog steeds mooi. Maar de koude rillingen zijn weg. Dit is hem niet.

5/10