Dat Demis Roussos een getalenteerde zanger is valt niet te ontkennen. Zelfs al heb je moeite met zijn pompeuze en orkestrale schlagers, gedrenkt in Griekse melancholie (denk maar aan de hit Forever and Ever uit 1973), de stem van de baardige man klinkt als een klok.

Dat die stem ooit nog op fijne bluessoulnummers zou opleveren had niemand verwacht. En wat nog meer verrast: het is geloofwaardig.

Roussos’ stem schuurt langs een geijkt soul- en bluesstramien en geeft de smachtende teksten een perfecte interpretatie. Zucchero of Joe Cocker hebben het nakijken, juist omdat Roussos’ stem minder beschadigd is dan die van de Italobluesman en de Britse rocker. En dat met 60 jaar oud en een net zo turbulent leven als de Italiaan en Brit. Petje af. De lijvige man, hij woog ooit 147 kilo, overleefde een dramatische kaping in 1985.

De fan van Zucchero en Cocker maar de liefhebber van het recente werk van Jools Holland and his Rhythm & Blues Orchestra en Bill Wyman’s Rhythm Kings moeten deze opmerkelijke comeback een keer beluisteren. Sterker, sommige nummers zouden niet misstaan op hun repertoire. Dat is een verdienste van de relatief onbekende songschrijver J Piccinni. Hij schreef een leeuwenaandeel van de nummers van Demis.

Je zou het niet zeggen maar Roussos gaat graag met de tijd mee. Zelfs al leek zijn goddelijke verschijning in de jaren zeventig en tachtig tijdloos maar met zijn eerste band Aphrodite’s Child speelden Roussos en keyboarder Vangelis Papathanissiou al in op de progressieve rocktrend.

De hits Rain and Tears en It’s Five O’Clock werden later enkele malen gesampled. In de jaren tachtig waagde Roussos zich zelfs aan een rapsong. De details besparen we u. Evenals zijn samenwerking met lui als Drafi Deutscher.

Ook nu weet de Griek wat er speelt. Die Britse soulrock revival, juist, Amy Winehouse en Duffy en co, boert goed. En toegeven, het is een briljante zet van producer Marc Di Domenico, ontdekker van Micky Green en BB Brunes waar we zeker meer van gaan horen, om de jongen honden van Little Barrie en Dirty Feel te vragen.

Virgil Howe, Lewis Reuben Wharton, Nicholas Ryness Hirsch en Jessica Lauren verstaan hun ambacht en mede daardoor klinkt Demis prima. Een controversiële titel als Who Gives A Fuck van de onbekende songschrijver Nemed Barbulovic oogt vreemd in het totaalrepertoire maar is evenzo een slimme zet als de fijne covers van Randy Newman en Larry Gatlin.

Roussos scoort met dit album op vele fronten. Je hoort een geloofwaardige, bezielde soulcrooner met de blues en hopelijk verlaat hij dit ingeslagen pad nooit meer. Dit staat hem veel beter dan die in soepjurken vertolkten huilerige minischlageropera’s van weleer.