Het percentage vrouwelijke leraren in het primair onderwijs stijgt. In 2017 was 81 procent van het personeel een vrouw. Vier jaar eerder stond dit aandeel op 78 procent.

Volgens het Arbeidsmarktplatform PO daalt het percentage mannen vooral doordat de groep mannelijke leerkrachten vaak ouder is en fulltime werkt. Wanneer deze leerkrachten met pensioen gaan, ontstaat er een relatief groot gat.

Vaak komen er dan twee leerkrachten bij om het gat op te vullen, maar tegelijk is de arbeidsmarkt erg krap, merkt het platform op. 

Ton Groot Zwaaftink, voorzitter van het arbeidsmarktplatform PO: "Het biedt dus enorme kansen als we erin slagen voor parttimers meer dagen werken aantrekkelijker te maken. Door onder meer de werktijden op school met elkaar af te stemmen en de kinderopvang goed te regelen."

Startende leerkracht werken meer uren

Zwaaftink ziet verder dat startende leerkrachten ervoor kiezen meer uren te werken en dat de belangstelling voor het leraarsberoep toeneemt.

Vooral de deeltijdopleidingen trekken steeds meer studenten aan. Deze studenten combineren de opleiding vaak met een baan in een andere branche. Volgens Zwaaftink is het belangrijk om te luisteren naar de wensen van de deeltijdstudenten om hen vast te houden.

Uit een peiling van het platform blijkt dat 72 procent van de pabostudenten tevreden is met de opleiding. Vooral over de sfeer, de grootte van de groepen en de voorbereiding op de toekomstige loopbaan zijn de studenten te spreken.