De overheid verplicht zichzelf niet langer om arbeidsgehandicapten aan te nemen. Het quotum arbeidsgehandicapten dat in dienst is bij de overheid wordt consequent niet gehaald. Marktpartijen halen het streefaantal wel. Om gezamenlijk de norm toch te halen, wil staatssecretaris Tamara van Ark (Sociale Zaken) de scheiding tussen markt en overheid opheffen.

Van Ark zoekt naar nieuwe manieren om arbeidsgehandicapten aan een baan te helpen. In september zag zij af van het plan om arbeidsgehandicapten een lager loon te bieden. Ze wil een eerdere maatregel, de afspraak dat de overheid 25.000 arbeidsgehandicapten aanneemt en het bedrijfsleven 100.000, op de schop nemen. 

Het genoemde streefgetal wordt gehaald door het bedrijfsleven, maar de overheid haalde het aantal jaar na jaar niet. De regels rondom registratie maken het overheden lastig om aan de norm te voldoen, zegt een woordvoerder van de minister.

Overheden kopen diensten in, zoals schoonmaakbedrijven, cateraars en bedrijven in de groenvoorziening. Dit zijn diensten waarin relatief veel arbeidsgehandicapten werkzaam zijn. Deze tellen niet mee in de registratie van arbeidsgehandicapten voor de overheid, maar wel voor het bedrijfsleven.

'De regels moeten eenvoudiger'

Het effect hiervan kan zijn dat overheden het werk voortaan niet meer door marktpartijen laten doen, maar het zelf organiseren, zegt Bert Doek van belangenvereniging Cedris, en dan worden er juist geen nieuwe banen gecreëerd.  "De regels moeten eenvoudiger, en dit is slechts een onderdeel van een totaalpakket dat nodig is."

De linkse oppositie vreest dat de overheid door de nieuwe opzet makkelijk wegkomt. Maar de nieuwe werkwijze "ontslaat overheidswerkgevers zeker niet van hun verantwoordelijkheden", schrijft de staatssecretaris.

Ze gaat daarom strengere afspraken maken met overheidswerkgevers. Voor de Tweede Kamer zich in november buigt over de begroting van haar ministerie, werkt Van Ark uit hoe ze ervoor wil zorgen dat de overheid zich blijft inspannen om arbeidsgehandicapten te werven.