Achtergrond

Muisarm heeft pr-probleem: 'Het is geen hype van 20 jaar geleden'

Halverwege de jaren negentig kwamen er de eerste berichten over de muisarm, ofwel RSI, naarbuiten. Terwijl tegenwoordig veel mensen hun werkdagen op wisselende flexplekken doorbrengen, hoor je nog maar weinig over RSI. "Het zou in de ban zijn gedaan. Een totaal verkeerde conclusie."

Over de lengte van zijn armen heeft hij felblauwe pleisters geplakt zitten. Mathijs (29) heeft enkele dagen eerder de zoveelste behandeling voor zijn RSI-klachten gehad. In het begin onderging hij maar liefst drie behandelingen per week. "Ik kon amper een biertje vasthouden."

Lange dagen van intensief computerwerk bij een beginnend bedrijf zorgden ervoor dat hij klachten kreeg. "Het werk was enorm chaotisch en stressvol, en we zaten lange tijd achter een slecht, zelfgetimmerd bureau te werken."

Het gevoel in zijn armen en handen werd in drie weken onverwacht steeds doffer. "Ik werkte in die tijd aan een opdracht waarbij ik continu heel precieze klikjes op een landkaart moest zetten met de muis, zonder afwisseling."

Toen hij niet meer kon typen, stapte hij naar de huisarts. "'Ik heb geen verstand van RSI', zei die tegen me. 'Wacht maar, als je rust neemt gaat het vanzelf over'." Dat ging het niet, waarna Mathijs zelf een behandelaar zocht.

"De eerste fysiotherapeut voelde amper aan mijn armen, en gaf me alleen oefeningen mee die weinig uithaalden." En dus kroop Mathijs ondanks de pijn weer achter zijn laptop, op zoek naar een behandeling die wel zou werken.

Pr-probleem

Reint Alberts, voorzitter van de Nederlandse RSI-vereniging, herkent Mathijs' verhaal. Dit soort problemen zijn volgens Alberts eerder regel dan uitzondering. "Deze werkgerelateerde aandoening wordt nog steeds niet goed aangepakt. Je bent meer op zoek dan dat je behandeld wordt."

"De nadruk ligt tegenwoordig veelal op de psychische kant van RSI. Mensen worden vaak weggestuurd met de boodschap: 'Je hebt geen RSI, je hebt een burn-out'", stelt Alberts. "Hierdoor is er ook sprake van onderraportage van het aantal mensen dat eraan lijdt."

“Als je nu zegt dat je rsi hebt, reageren mensen alsof je last hebt van een hype van twintig jaar geleden”
Reint Alberts, voorzitter RSI-vereniging

Volgens de voorzitter begonnen de moeilijkheden op de piek van de bekendheid van RSI, eind jaren negentig. "De meningen van artsen over de ernst van de klachten, en de grootte en aanpak van het probleem waren verdeeld."

Om duidelijkheid te scheppen werd in 2004 het KANS-model gelanceerd, dat staat voor "Klachten aan Arm, Nek en/of Schouder". "Veel media sprongen er toen bovenop. RSI zou in de ban zijn gedaan. Een totaal verkeerde conclusie, die erg schadelijk is gebleken."

Vooral patiënten hebben volgens de voorzitter onder de verwarring te lijden. "Als je nu zegt dat je RSI hebt, reageren mensen alsof je last hebt van een hype van twintig jaar geleden."

Een derde van de werkenden

Ook in officiële cijfers is te zien dat KANS en RSI niet dezelfde bekendheid genieten. Tussen 1997 en 2000 hield het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) bij hoeveel procent van de werkenden RSI-klachten meldde (tot 19 procent). Daarna stopt de tabel. In 2001 publiceerde het CBS voor het laatst een rapport over RSI.

Nederlands onderzoeksinstituut TNO neemt nog wel jaarlijks op hoeveel werknemers terugkerende of langdurige klachten melden, en noemt het nog altijd RSI. In 2017 waren het er volgens de Nationale Enquête Arbeidsomstandigheden ruim een op de drie.

Er moet volgens de verenigingsvoorzitter meer onderzoek worden gedaan. Alberts vermoedt dat het aantal mensen met klachten zelfs nog zal toenemen. "Denk maar aan alle flexplekken van tegenwoordig, thuiswerkers, maar ook aan scholieren die dagelijks uren achter de laptop zitten. De overheid moet veel meer richtlijnen geven."

Bij toeval een RSI-behandeling

Mathijs kwam na eigen research uiteindelijk terecht bij een fysiotherapeut die werkt met dry needling. Met naalden wordt er nu nog altijd eens in de drie weken op de verkleefde 'knopen' in zijn armen ingeprikt voor volledig herstel.

Erwin Vermeulen, de fysiotherapeut van Mathijs, kwam bij toeval uit bij de behandeling van spierknopen. "Ik zat al vijftien jaar in het vak toen ik in 2004 een schoudercursus deed. Daar ging het onder meer over zogenoemde triggerpoints, en werd ik verliefd op het onderwerp."

'Kramp op een kleine plek' is de lekensamenvatting van triggerpoints. "Door overbelasting ontstaat er langzamerhand een constante spierkramp op één punt", legt Vermeulen uit.

De punten ontstaan volgens Vermeulen na trauma, zoals whiplash, maar ook nadat mensen jarenlang dezelfde bewegingen maken. "Typisch dus voor onder meer computerwerkzaamheden. Bij RSI spelen triggerpoints mijns inziens dikwijls een grote rol."

Psychologie in de hoofdrol

Zo ook bij Mathijs. "Mijn triggerpoints zijn jarenlang opgebouwd", legt hij uit. "In mijn studententijd had ik een te hoog bureau, en speelde ik vaak games. Toen ik later mijn stressvolle, precieze werk deed, kwamen de klachten."

Toch is het niet zo dat iedereen die dagelijks achter een laptop zit klachten ontwikkelt. "Er zijn veel factoren bij betrokken, zoals een verkeerde werkhouding, stress, perfectionisme en weinig pauzeren", vertelt Vermeulen.

​Dat psychosociale factoren vaak de hoofdrol spelen bij de behandeling, is volgens de therapeut echter onterecht. "Zo wordt het lichamelijke aspect genegeerd. De aanpak van die pijnbron is nodig om van de klachten af te komen."

“Er zijn veel factoren bij betrokken, zoals een verkeerde werkhouding, stress, perfectionisme en weinig pauzeren”
Erwin Vermeulen, Fysiotherapeut

Over triggerpoints wordt volgens Vermeulen vooral vanwege een conservatieve houding van collega's nog te weinig onderwezen. "In de opleiding is er maar heel kort aandacht voor. Als ik die cursus niet had gevolgd, had ik het ook niet ontdekt."

Afhankelijkheid van de zorgverlener

Niet iedereen is te spreken over een langdurige behandeling zoals die van Mathijs. "Zorgverleners moeten geen afhankelijkheid creëren", stelt Nathan Hutting, fysiotherapeut en onderzoeker bij het Lectoraat Arbeid & Gezondheid van de Hogeschool van Arnhem en Nijmegen.

Ook hij benadrukt het samenspel van lichaam en mentale gesteldheid. "Alleen de pees behandelen, is bij langdurige klachten niet genoeg. Daarnaast moet er ook aandacht zijn voor psychosociale factoren", vindt Hutting.

De onderzoeker pleit voornamelijk voor "zelfmanagement" bij patiënten. "Mensen kunnen zelf aan hun houding werken en zorgen voor voldoende ontspanning en beweging. Ter ondersteuning kan de therapeut kortdurend aanvullende behandelingen uitvoeren. Bij de een is dat taping, bij de ander dry needling of nog iets anders."

Ook de website van de RSI-vereniging raadt qua behandelingen geen standaardoplossing aan. "De site moet je zien als een platform voor informatie-uitwisseling tussen lotgenoten. De oplossing voor mensen met klachten ligt uiteindelijk bij de eerstelijns en tweedelijns zorg. Maar daar zit nu een probleem in de aanpak."

“Mensen kunnen zelf aan hun houding werken en zorgen voor voldoende ontspanning en beweging”
Nathan Hutting, Fysiotherapeut

Niet te lang aanmodderen

Inmiddels duurt Mathijs' behandeling al een jaar. De jonge werknemer kan weer dingen vastpakken, en heeft stukken minder pijn. Hij wisselt nu vaker af, let op zijn houding en werkt met een programma'tje dat zijn stem omzet in getypte tekst. Als hij wél achter zijn pc zit, laat hij de muis regelmatig los.

"Ik ben blij dat het beter gaat, maar ik heb wel een half jaar rondgelopen met klachten waaraan niemand iets wist te doen. Het was geen leuke periode", vertelt hij.

Mathijs adviseert mensen met klachten vooral snel hulp te zoeken, en kritisch te zijn over behandelingen. "Wacht niet tot je klachten uit de hand lopen. Veel mensen modderen aan tot ze niets meer kunnen."

Lees meer over:

NUlokaal adverteren

NUwerk

Tip de redactie