De tweede generatie Turkse en Marokkaanse Nederlanders benadrukt zoveel mogelijk de overeenkomsten met hun collega's, blijkt uit een proefschrift van socioloog Ismintha Waldring van de Vrije Universiteit Amsterdam.

Op de werkvloer proberen Nederlanders met een migratieachtergrond hun etnische identiteit op de achtergrond te houden. Dat doen ze om geaccepteerd te worden op het werk, blijkt uit het proefschrift van Waldring, die vrijdag promoveert op haar onderzoek.

Waldring ondervroeg multiculturele werknemers die in Nederland zijn geboren en buitenlandse ouders hebben. Steeds meer van hen werken bij bedrijven waar ze als etnische groep in de minderheid zijn.

"Binnen organisaties zijn zij uitzonderingen, ze vallen op allerlei manieren extra op", vertelt Waldring donderdag in het NOS Radio 1 Journaal. "Dat compenseren ze door de aandacht te vestigen op hun professionele identiteit."

Buitengesloten

Het is een strategische keuze, legt ze uit. De meeste mensen zullen zich herkennen in het idee dat je bepaalde privézaken voor jezelf houdt op het werk, voor multiculturele werknemers geldt dit dus extra.

Dat komt door subtiele uitsluitingsmechanismen binnen het bedrijf, staat in het proefschrift. Dat betekent dat ze zich buitengesloten voelen door grapjes, onbeleefde opmerkingen of uitgesproken vooroordelen.

Grapjes en vragen

"Soms liggen vragen of grapjes van collega's gevoelig", vertelt Waldring in de radio-uitzending. "Denk aan vragen over terrorisme, zij weten vaak ook niet waarom zoiets gebeurt. Ze krijgen het gevoel dat zaken uit hun groep op hen persoonlijk geprojecteerd worden. Ze worden anders behandeld dan de rest."

Om erbij te horen, leggen Turkse en Marokkaanse Nederlanders liever de nadruk op de overeenkomsten met hun collega's. Het is niet zo dat ze hun eigen culturele en sociale kenmerken achterlaten, maar ze gaan bewuster om met de grenzen tussen werk en privé.