In 2017 had een kwart van de beroepsbevolking een flexibele arbeidsrelatie. Het aantal flexwerkers nam tussen 2003 en 2017 toe met ruim 850.000.

Ook het aantal zelfstandigen nam in die periode toe, blijkt maandag uit cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS).

Vooral in de groep jongeren onder de 25 jaar zijn veel flexwerkers bijgekomen. In deze leeftijdscategorie werkten in 2003 vier op de tien in een flexibele vorm; vorig jaar waren dat bijna zeven op de tien.

Ouderen

Het aandeel 25- tot 45-jarigen met een flexibele arbeidsrelatie verdubbelde tot ongeveer 20 procent.

Bij de 45-plussers is de stijging wat minder sterk. Die hele groep is sinds 2003 fors gegroeid en er kwamen behalve flexwerkers en zelfstandigen ook meer mensen met een vast dienstverband bij.

Een vast contract is boven je 45e nog altijd de norm. Toch werkt 10 procent in een flexibele arbeidsrelatie en ongeveer 20 procent als zelfstandige.

Bijbaan

Van de jongeren onder de 25 jaar met flexibel werk, zijn acht op de tien student of scholier. Zij hebben naast hun opleiding een bijbaan.

Van de jongeren die niet meer naar school gaan, begint ongeveer de helft in een flexibele betrekking op de arbeidsmarkt. In 2003 was dat nog ongeveer een kwart.