Gelukkig zijn op het werk is niet voor iedereen vanzelfsprekend. Hoe word je gelukkig op het werk? En is werkgeluk wel zo belangrijk? NUzakelijk vroeg het een hoogleraar en een werkgelukdeskundige.

Donderdag zijn de opleiding werkgelukdeskundige en de masterclass werkgeluk van start gegaan aan de Fontys Hogescholen. Managers, ondernemers en beleidsmedewerkers kunnen bij de masterclass leren hoe zij het geluk bij werknemers en op de werkvloer kunnen vergroten.

Volgens Fontys komen zaken als productiviteit, flexibiliteit en creativiteit onder druk te staan als medewerkers weinig bij organisatie betrokken zijn. Onderzoek toonde daarbij aan dat meer werkgeluk leidt tot minder verzuim, minder stress, hogere kwaliteit van dienstverlening en meer klanttevredenheid. 

De grootste verantwoording voor geluk ligt echter bij de werknemers zelf, aldus werkgelukdeskundige Krista de Wolff. "Het begint allemaal met het besluit dat je gelukkig mag zijn op het werk. Dat is het begin van een ontdekkingstocht."

Emeritus hoogleraar Ruut Veenhoven verbonden aan de Erasmus Universiteit in Rotterdam vindt een algeheel gelukkig zijn belangrijker dan alleen werkgeluk. "Gelukkig zijn, is prettig voor de mens. Voor de algehele levensvoldoening. Geluk op het werk gaat alleen over arbeidsvoldoening", aldus Veenhoven. 

De Wolff vindt geluk op het werk wel erg belangrijk. "Als je kijkt naar de burn-outcijfers in Nederland is er nog veel te doen. We brengen heel veel tijd van ons leven door op en aan het werk. Dan mag je dat toch wel invullen op een manier die goed voor je is?"

Naast de burn-out, bestaat tevens de bore-out. Het verveeld raken op het werk, te veel dezelfde taken doen en je niet meer uitgedaagd voelen. De Wolff: "Vooral in de tijd van de crisis zag je dit verschijnsel. Doordat mensen bang waren geen nieuwe baan te vinden, bleven ze te lang op een plek zitten."

Levensgeluk

Uit onderzoek blijkt dat algehele tevredenheid voor nóg meer productiviteit zorgt. Veenhoven zegt: "Als je je lekker voelt, gaan dingen beter. Je bent creatiever en vaak socialer. Je stelt je open."

Vooral bij beroepen die veel zelfstandigheid, creativiteit en sociabiliteit vragen, is gelukkig zijn belangrijk, volgens Veenhoven. "Denk aan de verkoop en politiek. Je moet goed met mensen om kunnen gaan. Bij een vaste taak, zoals bij programmeurs of grootboekhouder maakt het minder uit."

"Als je je niet lekker voelt, sluit je je eerder af. Je doet een stapje terug. Dat is niet goed voor het sociale contact", aldus Veenhoven. "Je kunt daarbij terugkerende gedachtes krijgen. Waarom voel ik me zo? Wat is er aan de hand? Dit kan afleiden van het werk."

Veenhoven adviseert in zo'n geval bijvoorbeeld een lifecoach op te zoeken of een psycholoog. "Weet je dat je ontevreden bent met je werk en geef je je werkgeluk bijvoorbeeld een vijf? Dan heb je misschien niet de juiste baan", zegt Veenhoven resoluut.

Roer om

De Wolff maakte twee jaar geleden zelf ook bewuste keuzes voor meer werkgeluk. De meeste energie kreeg ze van projecten waarmee ze bijdroeg aan werkplezier van anderen. Ze besloot vervolgens een opleiding te volgen tot werkgelukdeskundige.

Het besef dat het werk niet past, kan confronterend zijn. "Maar als je het roer wilt omgooien, neem dan de tijd om de inzichten te verwerken en je te ontwikkelen", zegt De Wolff. "Zoek bijvoorbeeld uit welke werkomstandigheden belangrijk zijn en welke werkzaamheden je enthousiast maken en waarom."

Ook kan het een oplossing zijn om op andere fronten te compenseren. Veenhoven: "Als het werk bijvoorbeeld goed betaalt, is sporten wellicht een uitlaatklep of geeft het doen van vrijwilligerswerk misschien voldoening."

De Wolff vindt angst echter altijd een slechte raadgever. "Het is niet altijd makkelijk. Je moet dingen onder ogen durven zien. Je hebt bijvoorbeeld bepaalde keuzes gemaakt vanuit bepaalde verwachtingen en niet omdat je het leuk vond", zegt De Wolff.

"Maar als je eenmaal de keuze maakt om te doen wat je leuk vindt, ben je voor anderen vaak wel een inspiratie", zegt De Wolff. De kunst is wel om zelf de regie te nemen. Wolff: "Je kunt wel mopperen of klagen over het werk, maar uiteindelijk wordt niemand daar beter van."