De gelijkheid tussen vrouwen en mannen is afgenomen in Nederland, zo bleek deze week uit een ranglijst van het World Economic Forum (WEF). Het thema moet op de politieke agenda, maar vrouwen moeten ook zelf het heft in handen nemen om de kloof te dichten.

"Vrouwen moeten aan tafel zitten daar waar de beslissingen worden genomen", zegt Esther de Jong, senior beleidsadviseur van Atria, kennisinstituut voor emancipatie en vrouwengeschiedenis over de cijfers van het WEF. 

Nederland zakte in de ranglijst van plaats 16 vorig jaar naar naar plaats 32 in 2017. De zogenoemde 'gender gap', het verschil tussen de seksen in het nadeel van vrouwen, is groter geworden op het gebied van economische participatie, gezondheid en politieke invloed.

De ranglijst gaat uit van de verschillen tussen mannen en vrouwen in een land en staat los van het ontwikkelingsniveau van het land, zegt het Forum. Verschillen in levensstandaard tussen landen hebben daarom geen invloed op de rangschikking.

Rwanda

Geen van de 144 onderzochte landen heeft de ongelijkheidskloof volledig gedicht. Maar de top van de lijst, inclusief Rwanda, Nicaragua and Slovenië en verschillende landen in Scandinavië, dichten het gat voor meer dan 80 procent. Yemen bungelt onderaan met ruim 51 procent.

Nederland komt uit op ruim 73 procent. Dat percentage is de uitkomst van scores op de vier subcategorieën. Op het onderdeel economische participatie dicht Nederland het gat voor 65 procent (plek 82 op de ranglijst). Op gezondheid is dat 97 procent (108), op politieke invloed 32,3 procent (25). Op onderwijs delen we de eerste plek met 26 andere landen met een score van 100 procent.

Waar het gaat om onderwijs en leerresultaten hebben mannen en vrouwen in Nederland dus gelijke kansen. Het Forum kijkt hier onder meer naar het aantal vrouwen dat onderwijs volgt en de mate van geletterdheid. Ook op gezondheid scoort Nederland relatief hoog.

Politieke invloed

Die goede score wordt echter naar beneden gehaald door de matige politieke invloed die Nederlandse vrouwen hebben. Het gaat dan onder meer over het aantal zetels dat vrouwen hebben in het parlement en de ministersposten die zij bezetten.

Zo telt het nieuwe kabinet-Rutte III zestien ministers en acht staatssecretarissen. Daarvan zijn er tien vrouw. 38 procent van de Tweede Kamerleden is vrouw. In Rwanda is dat bijvoorbeeld 64 procent, waarmee het land derde staat op de ranglijst voor politieke invloed van vrouwen.

"In de emancipatieparagraaf van het regeerakkoord is het woord 'vrouw' nergens te bekennen", weet De Jong. "Het lijkt het alsof de regering de vrouwenemancipatie als 'af' beschouwt, maar dat is het natuurlijk niet."

Het combineren van werk en zorg voor het gezin speelt vrouwen parten bij het opbouwen van een politieke carrière, zo onderzocht Atria. "In Nederland heerst een sterke sociale norm, waardoor vrouwen meer zorgtaken op zich nemen."

Participatie

Op het onderdeel economische participatie dicht Nederland het gat ook maar voor 65 procent. Hier kijkt het WEF bijvoorbeeld naar de mate waarin vrouwen deelnemen op de arbeidsmarkt, beloning en de doorstroming van vrouwen naar hogere posities.

Nederlandse vrouwen werken in lager betaalde sectoren, in lager betaalde functies en minder uren per week. Dat komt mede door het feit dat ze minder gaan werken na de geboorte van een kind. "Hierdoor zijn minder vrouwen economisch zelfstandig dan mannen", zegt De Jong.

Atria pleit voor een onderzoek naar de vraag hoe beroepssegregatie en beloningsverschillen in Nederland verminderd kunnen worden. "Op basis daarvan kan beleid worden geformuleerd", zegt de deskundige. "We moetende genderstereotypering doorbreken die het combineren van werk en gezin belemmert."

Ook werkgevers spelen een belangrijke rol in het faciliteren van een goede werk-privébalans. "Een aantal bedrijven in Nederland biedt nu al een uitgebreid partnerverlof aan voor net bevallen moeders. Dat zijn natuurlijk geweldige initiatieven."

Loonkloof

Kitty Jong van vakbond FNV sluit zich daarbij aan en roept het bedrijfsleven op tot het dichten van de loonkloof tijdens 'Equal Pay Day' op vrijdag. "Vrouwen moeten stevig blijven opkomen voor hun rechten. Zij verdienen gemiddeld 16 procent minder dan mannen voor hetzelfde werk."

De vakbondsvrouw ziet IJsland als schoolvoorbeeld van hoe het wel moet. Het land prijkt bovenaan de ranglijst van het WEF. "Bedrijven moeten hier elke drie jaar aantonen dat ze vrouwen en mannen gelijk belonen. Er is een wettelijk quotum voor vrouwen in besturen van grote bedrijven en er is betaald verlof dat niet overdraagbaar is op de partner."

De hoogste stand op de ranglijst is voor IJsland een nationale trots, weet het WEF. De sleutel tot succes is volgens de instantie de politieke wil en de plannen om gelijkheid daadwerkelijk te realiseren.

En dat is nodig, zegt het WEF. "Want als de vrouwenemancipatie wereldwijd in dit tempo doorgaat, moeten vrouwen nog 217 jaar wachten voordat zij gelijk zijn aan mannen op professioneel en economisch gebied."