Mensen met huis onder water sneller weer aan de slag na baanverlies

Mensen vinden na baanverlies sneller nieuw werk als zij eigenaar zijn van een woning die onder water staat, in vergelijking met andere woningeigenaren en huurders.

Dat concluderen de economen Jordy Meekes en Wolter Hassink, verbonden aan de Universiteit Utrecht, in een recent gepubliceerd onderzoek

In dit onderzoek, dat deel uitmaakt van het promotieonderzoek van Meekes, wordt onder meer gekeken naar de interactie tussen de arbeidsmarkt en de woonsituatie van mensen. Het gaat om werknemers die hun baan zijn verloren als gevolg van een faillissement.

Een huis staat onder water als de hypotheek hoger is dan de waarde van de woning. "Mensen die onder water staan, hebben een sterkere prikkel om een baan te zoeken dan huurders", licht Hassink toe. "Mensen die hun huis helemaal afbetaald hebben, doen er ook langer over om nieuw werk te vinden."

De onderzoekers hebben administratieve gegevens van het Centraal Bureau voor de Statistiek bestudeerd van 4.137 Nederlandse bedrijven die in de periode juli 2007 tot december 2011 failliet zijn gegaan. De werknemers die hierbij hun baan zijn kwijtgeraakt, zijn vervolgens gedurende een periode van drie jaar gevolgd.

Lager uurloon

Mensen met een hoge zogenoemde loan-to-value-ratio (LTV-ratio), dus met een relatief hoge hypotheeklening ten opzichte van de waarde van hun woning, blijken bovendien een lager uurloon te accepteren na ontslag. "Zij lijken minder selectief bij het vinden van een baan", aldus Hassink.

Vergeleken met huurders en andere huiseigenaren, ervaren mensen van wie het huis onder water staat een 6 procentpunt kleiner werkgelegenheidsverlies. Daar staat tegenover dat het verlies dat zij op hun uurloon incasseren, 1 tot 2 procentpunt hoger uitpakt.

"De discussie in Den Haag, over de hoogte van de LTV-ratio, wordt vooral gevoerd vanuit het financiële perspectief", zegt Hassink. "Maar het zou ook breder bekeken kunnen worden, waarbij meegenomen wordt dat de LTV-ratio juist ook een prikkel kan zijn om een baan te vinden."

De discussie rond de LTV-ratio draait vooral om de vraag of die teruggebracht moet worden. Mensen kunnen nu nog 100 procent van de waarde van hun woning lenen. Niet alleen het Internationaal Monetair Fonds (IMF), maar ook De Nederlandsche Bank (DNB), pleit ervoor de LTV-limiet naar 90 procent te verlagen.

Reisafstand

Gemiddeld genomen hebben werknemers in de eerste 36 maanden na hun ontslag een 25 procentpunt kleinere kans op een baan, leveren ze 6 procent van hun salaris in, hebben ze een 0,06 procentpunt kleinere kans om te verhuizen en zien ze hun reisafstand van huis naar werk toenemen met 3 kilometer.

"De reisafstand neemt in eerste instantie toe, maar neemt na verloop van tijd weer af", licht Hassink toe. "Dit komt doordat mensen die snel werkzaam willen zijn een verdere woon-werk afstand lijken te accepteren. Mensen die langer werkloos blijven, krijgen over het algemeen een baan dichter bij huis."

Huiseigenaren die hun hypotheekschuld helemaal hebben afgelost, ervaren gemiddeld genomen een sterkere toename van hun reisafstand naar de nieuwe werkgever, terwijl mensen met een hoge LTV-ratio juist relatief dicht bij huis weer aan de slag gaan.

"Uit ons onderzoek blijkt vooral dat er meerdere vlakken zijn waarop een aanpassing plaatsvindt na baanverlies", concludeert Hassink. "Niet alleen moeten mensen genoegen nemen met een lager uurloon, ook moeten ze vaak een langere woon-werkafstand accepteren. Dat is kostbaar vanuit het perspectief van de werkzoekende."

Lees meer over:
Tip de redactie