'Een plekje in Cannes is goed voor je ego'

CANNES - In Frankrijk gaat woensdag het 64e Filmfestival van Cannes van start. De Nederlandse film Code Blue is opgenomen in het onderdeel Quinzaine des Realisateurs, een selectie van producties van eigenzinnige talenten. Vijf vragen aan regisseur Urszula Antoniak.

Hoe bijzonder is het voor een Nederlander om in Cannes te draaien?

''Dat is heel bijzonder: het is het belangrijkste filmfestival ter wereld. Het is een enorme eer om met je film voor een van de programmaonderdelen geselecteerd te worden. Maar bovendien betekent het dat Code Blue internationaal goed op de kaart wordt gezet.''

''Iedereen die iets voorstelt in de filmwereld loopt straks rond aan de Cote d'Azur en heeft de kans de film te zien. Je hoopt toch dat daar bijvoorbeeld een internationale distributiedeal of een interessant contact voor een volgend project uit voortvloeit.''

Wat is er zo eervol aan de Quinzaine, het programma waarvoor Code Blue is gekozen?

''Het is een selectie van gedurfde, originele en vernieuwende films. De programmeurs proberen nieuwe trends en talenten in het arthousecircuit te spotten: er hebben in de afgelopen decennia films gedraaid van bijvoorbeeld Martin Scorsese en Francis Ford Coppola. Het is een enorme eer om in dat rijtje van regisseurs met een heel eigen signatuur te worden opgenomen.''

Maar had u niet liever in het hoofdprogramma gedraaid en kans gemaakt op de Gouden Palm?

''Natuurlijk droomt iedereen daar van. Maar als de programmeurs voor de competitie grote namen kunnen krijgen, heeft dat de voorkeur. Ik begrijp dat ook wel, want die trekken veel aandacht. Vorig jaar ontbraken de Lars von Triers en Pedro Almodovars een beetje. Ik denk dat ik vorig jaar misschien een serieuze kans had gemaakt op een plekje in de officiële selectie. Maar dit jaar is de concurrentie te sterk.''

Hoe zien uw dagen op het festival er uit?

''Ik heb vooral veel afspraken: met buitenlandse producenten, geldschieters, journalisten. Als regisseur heb je weinig tijd om echt films te kijken, vrees ik. Het festival fungeert vooral als ontmoetingsplek met interessante mensen die iets voor jou kunnen betekenen, en vice versa. Al hoop ik wel een paar premières in het festivalpaleis mee te kunnen maken. Dat hele circus met sterren en paparazzi is toch waar de meeste mensen het festival mee associëren.''

Uw vorige film, Nothing Personal, was een groot succes: vier Gouden Kalveren, bijna 100.000 bezoekers. Is de druk groot over de ontvangst van uw tweede productie?

''Nee, integendeel. Nu ik mezelf een beetje heb bewezen, krijg ik veel meer vertrouwen van financiers, cast, crew. Ze weten nu wat ik in mijn mars heb. Succes is zo goed voor je eigenwaarde. Ik voelde me veel sterker toen ik Code Blue maakte. En ook de selectie voor Cannes heeft me goed gedaan. Toen Nothing Personal in première ging, was ik in alle media nog 'die Poolse regisseuse in Nederland'. Ik ben wel in Polen geboren, maar heb echt maar één nationaliteit. Nu ben ik 'die Nederlandse regisseur in Cannes'. Ook dat is erg fijn voor mijn ego.''

NUwerk

Tip de redactie