Hoger beroep over vliegtuigcrash die 228 mensen het leven kostte van start
Het hoger beroep in de zaak tegen vliegmaatschappij Air France en vliegtuigbouwer Airbus over de dodelijke vliegtuigcrash in 2009 gaat maandag van start in Parijs. Het vliegtuig met 228 inzittenden stortte neer in de Atlantische Oceaan. De bedrijven werden eerder vrijgesproken.
Het Franse openbaar ministerie houdt de bedrijven medeverantwoordelijk voor de crash van de Airbus A330. Uit onderzoek blijkt dat de snelheidssensoren waren bevroren, waardoor schermen in de cockpit de verkeerde snelheid lieten zien. Bovendien was de automatische piloot uitgevallen.
De piloten raakten hierdoor in de war en hebben volgens de onderzoekers niet goed gereageerd. Het toestel verloor te veel snelheid, waardoor het niet meer goed kon vliegen en uit de lucht viel. Volgens de Franse justitie waren de piloten niet goed getraind om met dit soort situaties om te gaan.
Ook waren de problemen met de snelheidssensoren al langer bekend bij Airbus. De vliegtuigbouwer wordt ervan beschuldigd niet genoeg te hebben gedaan om de problemen op te lossen.
De bedrijven werden in 2022 vervolgd voor doodslag zonder opzet. Hoewel de rechtbank oordeelde dat zowel Airbus als Air France nalatig heeft gehandeld, ging het volgens de rechter te ver om een verband te leggen met de crash. In het hoger beroep willen de advocaten van de nabestaanden bewijzen dat dat verband er wel is.
'Pijnlijk om oude wonden open te rijten'
Vlucht AF447 was in 2009 onderweg van het Braziliaanse Rio de Janeiro naar Parijs toen het in zwaar weer terechtkwam. Het toestel met 216 passagiers en 12 bemanningsleden stortte van 10 kilometer hoogte neer in de Atlantische Oceaan.
Bijna twee jaar later werden de wrakstukken en zwarte dozen van het vliegtuig pas gevonden op de bodem van de oceaan, bij het noordoosten van Brazilië. Eerder waren al wel de lichamen van tientallen inzittenden geborgen.
Als de bedrijven schuldig worden bevonden, kunnen ze elk een boete van maximaal 225.000 euro opgelegd krijgen. De aanklagers zeggen dat ze het niet om het geld doen, maar omdat ze afsluiting voor de nabestaanden willen.

